Wetsvoorstel
20-08-2003

Sabine de Bethune - Erika Thijs

Wetsvoorstel betreffende de derdewereldbevek (3-162)

(Ingediend door mevrouw Sabine de Bethune en Erika Thijs)

--------------------------------------------------------------------------------

TOELICHTING

--------------------------------------------------------------------------------

Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 29 juni 2001 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 2-819/1 ≠ 2000/2001).

BelgiŽ ontving in mei 2001 de derde VN-Conferentie over de minst ontwikkelde landen. De conferentie erkende duidelijk dat de inschakeling van de minst ontwikkelde landen in de wereldeconomie een belangrijke hefboom voor ontwikkeling en de strijd tegen armoede kan zijn. Uit het actieprogramma dat het resultaat was van deze conferentie, blijkt nogmaals de nood aan belangrijke bijkomende financiŽle inspanningen ter financiering van de ontwikkelingsprojecten in derdewereldlanden.

Dit voorstel heeft tot doel vanuit christen-democratische invalshoek een bijdrage te leveren tot een betere financiering van projecten in de derde wereld. De benadering vertrekt vanuit de belangrijke rol weggelegd voor het middenveld in de ontwikkelingssamenwerking. In het voorstel wordt ingespeeld op de groeiende aandacht bij het brede publiek voor duurzaam beleggen. De overheid voorziet in een wettelijk kader en werkt ondersteunend. Bedoeling is een alternatieve financieringsbron te bieden aan NGO's actief in ontwikkelingssamenwerking via het affecteren van rendementen van speciaal op te richten beleggingsfondsen, waarbij de overheid een direct fiscaal voordeel toekent aan de belegger.

Duurzaam beleggen

Wie belegt, wil rendement, liefst zo hoog mogelijk en met zo weinig mogelijk risico. Recent zijn meer en meer beleggers bereid om bij de oriŽntatie van hun beleggingen niet alleen op het rendement af te gaan. Naast het financiŽle rendement spelen andere overwegingen mee bij de keuze van de belegging : sociale impact van de activiteit, ecologisch beleid van de onderneming of andere elementen van duurzaamheid van de investering (bijvoorbeeld relaties met de consument, transparantie, innovatief vermogen, enz.). In dit kader wordt vaak gesproken van de drie p's van ę people Ľ, ę planet Ľ en ę profit Ľ.

Het zogenaamde ethisch beleggen of duurzaam beleggen wint ongetwijfeld aan belang. Op dit ogenblik vertegenwoordigen de duurzame beleggingsproducten in BelgiŽ een kapitaal van meer dan ťťn miljard euro (1). De Angelsaksische landen, voorlopers op dit terrein, scoren nog merkelijk hoger (2).

Er is tot op heden geen verschil aangetoond tussen het rendement van ethische beleggingen, en dat van andere beleggingen. In positieve noch in negative zin (3).

Duurzaam beleggen en ontwikkelingssamenwerking

De doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking en duurzame belegen zijn voor een stuk gelijklopend : beide zijn ze gericht op de creatie van duurzaamheid.

De financiering van de niet-gouvernementele samenwerking gebeurt doorgaans met eigen middelen en medefinanciering door de overheid.

Voor de eigen middelen zijn deze NGO's vaak afhankelijk van fiscaal vrijgestelde giften, van liefdadigheid, van inzamelacties of van hun relaties met bevriende organisaties. Heel wat energie van de organisaties moet worden gebruikt om de eigen financiering te garanderen of aan te vullen.

NGO's actief in de sector van de ontwikkelingssamenwerking kunnen zelden een beroep doen op de financiŽle markten voor het aantrekken van gelden. Het is voor beleggers zelden mogelijk op een directe manier te investeren in projecten van deze NGO's. Weinig of geen financiŽle instellingen bieden producten aan waarbij de beleggingen rechtstreeks of onrechtstreeks ten goede komen aan de sector van het ontwikkelingswerk. Dit is begrijpelijk aangezien rechtstreekse investeringen in ontwikkelingsprojecten geen of weinig rendement kunnen opleveren voor de fondsen en een hoog risico vertonen, hetgeen neerkomt op het tegenovergestelde van wat de belegger doorgaans zoekt.

Met andere woorden, er zijn weinig directe bindingen tussen de performante financiŽle marktinstrumenten en de ontwikkelingssamenwerking. De opkomst van het duurzaam beleggen heeft hieraan tot op heden weinig veranderd.

Combinatie duurzaam rendement en ontwikkelingssamenwerking

Het is de bedoeling van de indieners van dit wetsvoorstel om ideeŽn van duurzaam beleggen met rendement te combineren met ontwikkelingssamenwerking via een bijzonder type van beleggingsinstrument. Hiermee wordt een aanvullende maar structurele financieringsmogelijkheid geboden aan de NGO's actief in de sector van de ontwikkelingssamenwerking, naast de klassieke liefdadigheidsbenadering van de fiscaal vrijgestelde giften.

Gelden aangetrokken op de beleggingsmarkt door de bestaande beleggingsinstellingen, worden geÔnvesteerd in duurzame participaties. Het rendement van deze beleggingen ≠ waarvan we weten dat het gelijklopend is met de klassieke beleggingen en dat afhankelijk is van het koersverloop van de duurzame aandelenkorf ≠ wordt bij voorrang aangewend voor projecten van ontwikkelingssamenwerking. In elk geval wordt jaarlijks een bedrag uitgekeerd aan NGO's die projecten in de derde wereld realiseren. Aanvullend kunnen bijkomende stortingen gebeuren door de beleggingsvennootschap ten gunste van de NGO's. Resterende door de bevek uitgekeerde dividenden worden toegekend aan de belegger, die zo ook een zeker rendement kan bekomen.

Bij de keuze van de projecten moet de voorkeur uitgaan naar projecten met een structureel karakter die het plaatselijk economisch draagvlak versterken.

Derdewereldbevek

Als beleggingsinstrument wordt geopteerd voor de succesvolle vorm van een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht (bevek). Deze vorm laat in beginsel gemakkelijk in en uit treden toe, en is welbekend bij het brede beleggerspubliek.

De bevek is aan een gunstig fiscaal statuut onderworpen, en betaalt weinig belastingen op zijn inkomsten. De bevek is evenwel onderworpen aan een bijzondere vermogensbelasting, de taks tot vergoeding van de successierechten, tegen een tarief van 0,06 %. Het voorstel voorziet in een vrijstelling van deze belasting voor de derdewereldbevek.

Structurele financiering

De gebruikte techniek kan voor een aanvullende maar structurele financiering van NGO's zorgen. In het voorstel wordt voorzien in een vaste uitkering door de bevek van rendement aan de NGO's. Het beleid van de derdewereldbevek moet hiermee rekening houden. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van een kliksysteem dat werkt met onrechtstreekse participaties via het sluiten van swapcontracten op de financiŽle markten, waarbij beleggingswinsten geregeld worden vastgeklikt, kan in beperkte mate zekerheid worden ingebouwd.

Participatie aandeelhouders en stakeholders

De aandeelhouders van de derdewereldbevek kunnen bij hun inleg aangeven welke NGO's via de rendementen van de bevek worden ondersteund. De achterliggende filosofie van de derdewereldbevek vereist dat de geviseerde projecten vooral de structurele ontwikkeling van het plaatselijk economisch draagvlak van het ontwikkelingsland en een daaruit resulterende reductie van de armoede in het land in kwestie, beogen.

Er kan een actieve betrokkenheid georganiseerd worden van de aandeelhouderes en de stakeholders (maatschappelijke aandeelhouders) bij het beleid van de onderneming, zoals dit bij zogenaamde vierdegeneratieproducten het geval is (4).

Deze betrokkenheid kan verschillende vormen aannemen : betrokkenheid van stakeholders bij een evaluatieonderzoek door een screening-instantie, consultatie bij het onderzoek van een brede waaier van informatiebronnen, uiteindelijke selectie van de beleggingen door externe deskundigen; ook een actieve participatie op aandeelhoudersvergaderingen, waarbij beleggers druk uitoefenen op de onderneming en het beleid voortdurend toetsen aan de duurzaamheidscriteria, behoort tot de mogelijkheden. Door de verhoogde betrokkenheid kan de beleggingsvennootschap steunen op een groter maatschappelijk draagvlak.

De actieve betrokkenheid kan voor vele beleggers een bijkomende stimulans betekenen om tot de belegging over te gaan.

Fiscaal voordeel voor de belegger

De overheid kan de creatie van dergelijke derdewereldbeveks stimuleren door er belangrijke en directe fiscale voordelen aan te koppelen.

Voorgesteld wordt een gedeeltelijke aftrek van vijfentwintig procent van de belegde som, van de belastbare grondslag in de inkomstenbelasting in te bouwen (up front). De tijdelijke blokkering van de gelden gedurende vier jaar vanaf de effectieve storting, moet voorkomen dat er misbruik gemaakt wordt van dit fiscaal voordeel.

De vennootschappen die in derdewereldbeveks beleggen kunnen genieten van een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op dividenden die ze zouden ontvangen op basis van de bevek of op meerwaarden die ze zouden realiseren op deze aandelen.

Buiten de begroting ontwikkelingssamenwerking

De budgettaire weerslag van het toegekende fiscaal voordeel kan niet worden aangerekend op de begroting voor ontwikkelingssamenwerking.

Vierdewereldprojecten

De indieners stellen voor de Koning de mogelijkheid te geven het toepassingsgebied van de wet uit te breiden tot NGO's die projecten realiseren in de vierde wereld.

Noodzaak stimuleren rechtstreekse investeringen

De indieners willen er bovendien op wijzen dat ook het stimuleren ≠ desgevallend fiscaal ≠ van rechtstreekse investeringen in de ontwikkeling van het plaatselijk economische draagvlak van lage inkomenslanden noodzakelijk is. Het is wenselijk hieromtrent ook het debat te openen. Dit is echter niet het opzet van huidig voorstel.

TOELICHTING BIJ DE ARTIKELEN
Artikel 2

Dit artikel definieert in algemene termen de derdewereldbevek. De bestaande regelgeving uit de wet van 4 december 1990 op de financiŽle markten (Belgisch Staatsblad van 22 december 1990), wordt aangevuld met een aantal bijzondere bepalingen.

Artikel 3

Het statutair doel van de derdewereldbevek wordt omschreven als het verrichten van collectieve beleggingen van financieringsmiddelen, aangetrokken in BelgiŽ of in het buitenland. Belangrijk is dat door de beleggingsvennootschap wordt geÔnvesteerd in projecten in de lage inkomenslanden, en dit via de tussenkomst van niet-gouvernementele organisaties. Deze NGO's moeten voldoen aan bepaalde verplichtingen (zie artikel 4).

Artikel 4

Aangezien er een belangrijke fiscale vrijstelling wordt verleend en er een beroep wordt gedaan op het publieke spaarwezen, moeten de NGO's voldoen aan bepaalde door de Koning vast te stellen criteria en moeten zij voorafgaandelijk bepaalde formaliteiten vervullen. De Koning houdt hierbij rekening met de principes van behoorlijk bestuur.

De individuele erkenning van de NGO's kan afhankelijk gemaakt worden van bestaande erkenningen voor NGO's die in aanmerking komen voor fiscaal vrijgestelde giften. De erkenning kan desgevallend samenvallen voor zover de ratio legis van huidig voorstel voldoende overeind blijft.

Artikel 5

De Koning bepaalt de bijzondere vereisten waaraan de beleggingen van de derdewereldbevek moeten voldoen. De bijzondere aard van de derdewereldbevek vereist dat de onderliggende beleggingskorf van de bevek een ethische of duurzame korf is, gekeurmerkt door een onafhankelijke screening-instantie.

De voorkeur gaat uit naar fondsen van de vierde generatie. Concreet wil dit zeggen dat de Koning bij het opstellen van de regels rekening houdt met een verhoogde betrokkenheid van de diverse stakeholders in de selectie van de beleggingen en het bestuur van de beleggingsvennootschap.

Uiteraard spelen ook de gangbare regels inzake het toezicht door de Commissie voor het bank- en financiewezen.

Artikel 6

In voorgesteld systeem kan de belegger de precieze (erkende) niet-gouvernementele organisatie of organisaties aanduiden die wordt of worden gefinancierd met het overeenkomstig aandeel van de betreffende belegger in de opbrengst van de vennootschap.

Het aanduiden van de individuele NGO's gebeurt ťťnmalig op het ogenblik dat de belegger toetreedt tot de bevek. Dit moet de administratieve last die het gevolg is van de mogelijkheid om individuele NGO's aan te duiden, beperken. Eventueel kan een systeem worden uitgewerkt waarbij de belegger gegroepeerde organisaties kan aanduiden, waardoor de administratieve last bijkomend kan beperkt worden.

De Koning werkt eveneens een regeling uit voor het geval de aangeduide NGO niet langer voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor middelen uit derdewereldbeveks.

Artikel 7

Er wordt een belangrijk fiscaal voordeel toegekend aan de belegger in derdewereldbeveks. Dit voordeel kan in geen geval disproportioneel zijn. Dit vereist dat de gelden een zekere tijd worden vastgezet, en de belegger de eerste vijf jaar niet kan uittreden. Indien de belegger toch uittreedt en zijn aandelen omzet, wordt de uitkering in hoofde van de belegger belast tegen marginaal tarief in de personenbelasting of de vennootschapsbelasting.

De Koning bepaalt de regels voor de in dit artikel bedoelde inkoop.

Artikel 8

Ieder jaar keert de derdewereldbevek dividenden uit en draagt deze in eigendom en om niet over aan de NGO's. De beleggingsvennootschap verwerft geen rechten uit deze investeringen. De Koning bepaalt het percentage van de initiŽle netto-inventariswaarde dat minimaal en jaarlijks moet worden uitgekeerd in dividend en overgedragen. Hierdoor kan een structurele financiering worden voorzien voor de NGO's. Hierbij kan de Koning kiezen voor een nominaal vast percentage, of een percentage dat is gekoppeld aan een door Hem te bepalen index die de evolutie in de markten ≠ en dus de prestaties van de onderliggende aandelenkorf ≠ weergeeft. De laatste optie laat toe dat niet al te zeer wordt ingeteerd op het kapitaal van de derdewereldbevek in tijden van slecht(er) presterende markten.

De Koning kan bovendien bepalen dat een bijkomend deel van de uitgekeerde dividenden moet worden doorgestort aan de erkende NGO's. De bijkomende doorstorting van dividenden kan afhankelijk gemaakt worden van de prestaties van de onderliggende beleggingskorven en de mate van vermindering van het netto-actief van de bevek ingevolge de verplichte doorstorting van een vooraf bepaald dividend.

De Koning kan de aan de erkende NGO's uitgekeerde dividenden vrijstellen van roerende voorheffing, voor zover deze onder de roerende voorheffing zouden vallen.

Daarnaast wordt ook voorzien in een mogelijkheid om de verplichting in te bouwen om een deel van de meerwaarden op de aandelen door te storten aan de erkende NGO's. Ook hier kan de doorstorting afhankelijk gemaakt worden van de prestaties van de onderliggende korf, of de intering op het netto-actief door de verplichte doorstorting.

Dit systeem moet het mogelijk maken een redelijke verhouding in te bouwen tussen het door de overheid toegekende directe fiscale voordeel aan de belegger, en het fragment van de dividenden en meerwaarden op de aandelen in de derdewereldbevek dat doorstroomt naar derdewereldprojecten, via de erkende NGO's.

De autonomie van de NGO's wordt hier ten volle gerespecteerd. Voor zover de NGO's voldoen aan de door de Koning opgestelde voorwaarden, beslissen zij vrij welke concrete projecten zij in de derde wereld realiseren. De Koning kan eisen dat de projecten van de NGO's, projecten zijn met een structureel karakter die het plaatselijk economisch draagvlak versterken door dit in te schrijven in de erkenningsvereisten.

Artikel 9

Dit artikel voert de fiscale vrijstelling voor de belegger in, ten belope van 25 % van het bedrag van de onderschrijving.

De onderschrijving is een besteding waarvoor een aftrek wordt gecreŽerd, zonder dat het een gift betreft.

Artikel 10

De beperkte aftrekbaarheid van beleggingen in aandelen van derdewereldbeveks ten belope van 25 % wordt verder beperkt via een nieuw tweede lid van artikel 109 van het Wetboek van inkomstenbelastingen. De beperkingen genoemd in het eerste lid, die gelden voor aftrekbare giften, worden van toepassing verklaard voor bestedingen in het kader van beleggingen in derdewereldbeveks.

De beperkingen van de aftrekbaarheid worden afzonderlijk toegepast voor giften en voor beleggingen in de derdewereldbevek.

Artikel 11

Artikel 200 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is vergelijkbaar met artikel 109 van hetzelfde wetboek, maar voert specifieke beperkingen voor de aftrekbaarheid van giften in de vennootschapsbelasting.

Deze beperkingen worden voor de vennootschapsbelasting van overeenkomstige toepassing verklaard voor bestedingen in beleggingen in derdewereldbeveks.

De beperkingen van de aftrekbaarheid worden afzonderlijk toegepast voor giften en voor beleggingen in de derdewereldbevek.

Artikel 12

De vennootschappen die in derdewereldbeveks beleggen kunnen genieten van een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op dividenden of op meerwaarden die ze zouden realiseren op deze aandelen.

Artikel 13

Derdewereldbeveks worden niet onderworpen aan de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen, op de kredietinstellingen en op de verzekeringsondernemingen.

Artikel 14

Dit artikel verleent aan de Koning de mogelijkheid het toepassingsgebied van de wet uit te breiden en de gecreŽerde figuur van de derdewereldbevek open te stellen voor de financiering van NGO's actief in de vierde wereld.

Sabine de BETHUNE.
Erika THIJS.

--------------------------------------------------------------------------------

WETSVOORSTEL

--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Onder ę derdewereldbevek Ľ wordt verstaan : elke beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal, opgericht overeenkomstig de wet van 4 december 1990 op de financiŽle transacties en de financiŽle markten, en die voldoet aan de voorwaarden bepaald in deze wet.

Art. 3

Het statutair doel van de derdewereldbevek bestaat in het verrichten van collectieve beleggingen van financieringsmiddelen, aangetrokken in BelgiŽ of in het buitenland, waarbij de uitgekeerde dividenden geheel of gedeeltelijk in eigendom en om niet worden overgedragen aan niet-gouvernementele organisaties die projecten in de lage inkomenslanden realiseren of deelnemen aan de realisatie van projecten in de lage inkomenslanden, en die voldoen aan de door de Koning bepaalde verplichtingen.

Art. 4

De Koning bepaalt de verplichtingen en de formaliteiten waaraan niet-gouvernementele organisaties moeten voldoen om in aanmerking te komen voor financiering door opbrengsten van derdewereldbeveks.

Art. 5

De Koning bepaalt de bijzondere vereisten waaraan de beleggingen van de derdewereldbevek moeten voldoen.

Art. 6

De Koning bepaalt de regels volgens dewelke de belegger de precieze niet-gouvernementele organisatie of organisaties kan aanduiden die wordt of worden gefinancierd met het overeenkomstig aandeel van de betreffende belegger in de opbrengst van de vennootschap.

Art. 7

De inkoop van de rechten van deelneming op verzoek van de houder ten laste van de activa van de vennootschap kan enkel na vijf jaar te rekenen vanaf de verwerving van de rechten van deelneming, onverminderd de verworven rechten op dividenden.

Indien de inkoop van de rechten van deelneming op verzoek van de houder ten laste van de activa van de vennootschap gebeurt alvorens de periode van vijf jaar zoals genoemd in vorig lid is verstreken, worden de aan de houder ten laste van de activa uitgekeerde gelden in hoofde van de belegger beschouwd als een belastbaar inkomen dat wordt belast volgens het gewoon stelsel van aanslag.

De Koning bepaalt de regels voor de in dit artikel bedoelde inkoop.

Art. 8

De derdewereldbevek stort ieder jaar dividenden door ten belope van een percentage van de initiŽle netto inventariswaarde aan niet-gouvernementele organisaties die projecten in de lage inkomenslanden realiseren of deelnemen aan de realisatie van projecten in de lage inkomenslanden, en die voldoen aan de door de Koning bepaalde verplichtingen.

De Koning bepaalt de regels voor het berekenen van het percentage van de initiŽle netto inventariswaarde dat als dividend wordt uitgekeerd en doorgestort.

De Koning kan aanvullend vereisen dat een bijkomend deel van de uitgekeerde dividenden wordt doorgestort aan de in ß 1 genoemde niet-gouvernementele organisaties en kan eisen dat een deel van de gerealiseerde meerwaarden op de aandelen van de derdewereldbevek moet worden doorgestort aan de in ß 1 bedoelde niet-gouvernementele organisaties.

De Koning kan de uitgekeerde dividenden die worden doorgestort aan de in ß 1 bedoelde niet-gouvernementele organisaties, zoals bedoeld in dit artikel, vrijstellen van roerende voorheffing.

Art. 9

Artikel 104 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met een 10ļ, luidende :

ę 10ļ De onderschrijving van aandelen van derdewereldbeveks zoals bedoeld in de wet van ... tot oprichting van de derdewereldbevek tot beloop van 25 % van het bedrag van de onderschrijving. Ľ

Art. 10

Artikel 109 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :

ę De beperkingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op onderschrijvingen van aandelen van derdewereldbeveks zoals bedoeld in de wet van ... tot oprichting van de derdewereldbevek. Ľ

Art. 11

Artikel 200 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :

ę De beperkingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op onderschrijvingen van aandelen van derdewereldbeveks zoals bedoeld in de wet van ... tot oprichting van de derdewereldbevek. Ľ

Art. 12

Artikel 203 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een ß 4, luidende :

ę ß 4. De beperkingen van artikel 202, ß 2, eerste alinea, alsmede van artikel 203 zijn niet van toepassing op dividenden van derdewereldbeveks zoals bedoeld in de wet van ... tot oprichting van de derdewereldbevek. Ľ

Art. 13

Artikel 161bis van het Wetboek der successierechten wordt aangevuld met een ß 5, luidende :

ę ß 5. De taks is evenwel niet verschuldigd door de derdewereldbeveks zoals bedoeld in de wet van ... tot oprichting van de derdewereldbevek. Ľ

Art. 14

De Koning kan het toepassingsgebied van deze wet uitbreiden tot organisaties die projecten realiseren in de vierde wereld. De Koning bepaalt de nadere regelen voor de uitbreiding van het toepassingsgebied van deze wet zoals bedoeld in dit artikel.

21 juli 2003.

Sabine de BETHUNE.
Erika THIJS.

--------------------------------------------------------------------------------

(1) Cijfer uit Economische FinanciŽle Berichten KBC, maart 2001. Dit is goed voor enkele tienden van een procentpunt van de totale particuliere spaar- en beleggingsmarkt.

(2) Alhoewel daar de criteria ter bepaling van de duurzaamheid van de belegging vaak minder stringent zijn.

(3) W. Vermeir en F. Corten, Duurzaam beleggen : de complexe relatie tussen duurzaamheid en rentabiliteit, Cordius Asset Management.

(4) Economische FinanciŽle Berichten KBC, maart 2001, blz. 4.



Terug naar het overzicht