Wetsvoorstel
20-08-2003

Sabine de Bethune - Erika Thijs

Voorstel van resolutie betreffende vrouwen in gewapende conflicten en de rol van de vrouw in de preventie en beheersing van conflicten (3-158)

(Ingediend door de dames Sabine de Bethune en Erika Thijs)

--------------------------------------------------------------------------------

TOELICHTING

--------------------------------------------------------------------------------

Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 3 mei 2001 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 2-732/1 ­ 2000/2001).

Sabine de BETHUNE.
Erika THIJS.

--------------------------------------------------------------------------------

VOORSTEL

--------------------------------------------------------------------------------

De Senaat,

A) overwegende dat de rol van vrouwen in conflictpreventie en -beheersing nog al te zeer wordt gemarginaliseerd, zowel op internationaal als op nationaal niveau;

B) overwegende dat de rechten van vrouwen en kinderen volledig, onvervreemdbaar en onverbreekbaar deel uitmaken van de universele rechten van de mens;

C) overwegende dat er nood is aan een internationaal bindend juridisch kader op het vlak van mensenrechten waardoor de rechten van vrouwen en meisjes tijdens en na een gewapend conflict effectief gewaarborgd worden;

D) overwegende dat fysiek en seksueel geweld jegens vrouwen en meisjes bij gewapende conflicten door de strijdende partijen doelbewust als strategisch wapen wordt gehanteerd;

E) gelet op de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 10 december 1948, het VN-Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van geweld jegens vrouwen van 18 december 1979, de Verklaring van de VN inzake de uitbanning van geweld tegen vrouwen van 20 december 1993 en het Kinderrechtenverdrag van 20 november 1989;

F) gelet op de conventies van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen van 1977 waarbij vrouwen beschermd worden tegen verkrachting en elke andere vorm van seksueel geweld;

G) gelet op het Foca-verdict waarin het oorlogstribunaal in Den Haag verkrachting voor het eerst als oorlogswapen en een misdaad tegen de menselijkheid omschrijft;

H) gelet op de rechtspraak van het hof van Arusha waarin systematische verkrachting ook een belangrijk element vormde bij de veroordeling van beschuldigden;

I) gelet op de artikelen 7, 1º, g, en 8, xxiii, van het Statuut van het Internationaal Strafgerechtshof waarin verkrachting, seksuele uitbuiting, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie en elke andere vorm van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes als misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven worden omschreven;

J) overwegende dat het oorlogsrecht slechts een beperkt juridisch kader kent inzake de vervolging van misdrijven tegen de fysieke en seksuele integriteit van vrouwen en meisjes in gewapende conflicten;

K) gelet op de verklaring en het actieplatform van de vierde VN-Wereldvrouwenconferentie in Peking in september 1995, met name bijzonder zorgpunt E inzake vrouwen en gewapende conflicten, en het slotdocument van Beijing+5 te New York in juni 2000, met name paragraaf 13 over hindernissen voor de gelijkwaardige deelname van vrouwen aan maatregelen ter versterking van de vrede, en paragraaf 124 over een evenwicht tussen de geslachten bij vredeshandhaving en vredesonderhandelingen;

L) gelet op resolutie 1325(2000) van de NV-Veiligheidsraad waarin voor het eerst op dat niveau concrete maatregelen worden voorgesteld waaronder een globale studie over de impact van gewapende conflicten op vrouwen en meisjes, de rol van vrouwen in conflictpreventie en de genderdimensie in het vredesproces en de conflictbeheersing;

M) gelet op resolutie 2000/2025 (INI) van het Europees Parlement over de rol van vrouwen in de vreedzame conflictregeling;

N) overwegende dat nationaal en internationaal nog steeds te weinig vrouwen betrokken worden bij het beleid inzake conflictpreventie en -beheersing;

O) overwegende dat bij officiële vredesonderhandelingen te weinig rekening wordt gehouden met de rechten en belangen van vrouwen;

P) overwegende dat de donorgemeenschap bij de verzoening van strijdende partijen en de heropbouw van een door oorlog geteisterd land nagenoeg geen aandacht heeft voor vrouwen in de hulpprogramma's;

verzoekt de federale regering :

1. een onderzoek te laten uitvoeren over de huidige stand van zaken betreffende de rol van vrouwen in het beleid en de organen die een bijdrage leveren aan conflictpreventie en -beheersing;

2. met structurele en financiële maatregelen te verzekeren dat een groter aantal vrouwen deelneemt aan het federale beleid betreffende conflictpreventie en -beheersing;

3. de omkadering van het diplomatiek statuut toegankelijker te maken voor vrouwen en hun gezin;

4. bij de vorming van het diplomatiek personeel bijzondere aandacht te besteden aan conflitpreventie en -beheersing en aan de rol van vrouwen hierin;

5. de bijdrage van vrouwen aan vredesmissies uit te breiden, onder andere door meer vrouwen aan te wijzen als militaire waarnemers, politie- en mensenrechtenwaarnemers;

6. conflictpreventie en de genderdimensie systematisch te integreren in alle hulpprogramma's van derde landen;

7. in die hulpprogramma's bijzondere aandacht te besteden aan de opvang en de begeleiding van vrouwen en meisjes die op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld;

8. in die hulpprogramma's gerichte aandacht te hebben voor de fysieke en psychologische begeleiding van vrouwen die het slachtoffer zijn van seksueel geweld en seksueel overdraagbare ziekten;

9. aandacht te besteden aan de genderdimensie in de hulpprogramma's voor landen en regio's die uit een oorlogssituatie komen;

10. een genderperspectief op te nemen in haar vluchtelingenbeleid;

11. bij de landen die het Statuut van Rome van het Internationaal Strafgerechtshof ondertekend hebben aan te dringen op een spoedige ratificatie zodat het verdrag in werking kan treden;

12. op het niveau van de EU te streven naar een juridisch bindend mensenrechteninstrument op Europees niveau inzake geweld tegen vrouwen, alsook naar een ruimere vertegenwoordiging van vrouwen in de Europese organen die belast zijn met conflictpreventie en -beheersing;

13. op het niveau van de EU initiatieven te nemen om artikel 147 van het Vierde Protocol van Genève te herzien teneinde verkrachting, gedwongen zwangerschap, seksuele slavernij, gedwongen sterilisatie en elke andere vorm van seksueel geweld als een grove inbreuk op de conventies van Genève te kwalificeren;

14. jaarlijks een verslag met concrete maatregelen, programma's en initiatieven aan het Parlement voor te leggen.

21 juli 2003.

Sabine de BETHUNE.
Erika THIJS.



Terug naar het overzicht