Wetsvoorstel
05-11-2003

Sabine de Bethune

Beleidsintenties inzake gelijke kansen voor vrouwen en mannen (3-325)

VERSLAG
NAMENS HET ADVIESCOMITE VOOR GELIJKE KANSEN VOOR VROUWEN EN MANNEN UITGEBRACHT DOOR MEVROUW GEERTS

--------------------------------------------------------------------------------

INLEIDING
Op 5 november 2003 hebben het Adviescomité voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen van de Senaat en het Adviescomité voor de maatschappelijke emancipatie van de Kamer van volksvertegenwoordigers mevrouw Marie Arena, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen, uitgenodigd haar beleidsplannen inzake gelijke kansen voor vrouwen en mannen voor 2004 toe te lichten.

Op de vergaderingen van 21 januari, 10 maart en 30 juni werd gedebatteerd over een voorstel van advies, dat op de vergadering van 8 juli 2004 werd aangenomen.

I. UITEENZETTING DOOR MEVROUW MARIE ARENA, MINISTER VAN AMBTENARENZAKEN, MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, GROOTSTEDENBELEID EN GELIJKE KANSEN
De minister van Gelijke Kansen verklaart dat de hoofdlijnen van het beleid inzake gelijke kansen dat ze tijdens de volgende regeerperiode wil voeren, erin bestaat de strijd aan te binden tegen alle vormen van discriminatie gebaseerd op het geslacht, ongeacht of het gaat om rechtstreekse of onrechtstreekse, opzettelijke of onopzettelijke vormen van discriminatie.

Daartoe zal spoedig een overheidsdienst worden opgericht die de slachtoffers van discriminatie op grond van geslacht moet bijstaan ­ het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Er wordt gewerkt aan de benoeming van de directie ervan en aan zijn verzelfstandiging ten opzichte van de administratie waaruit hij is ontstaan. Hij zal er onder andere mee worden belast hulpmiddelen tot stand te brengen voor de deskundigheid inzake of de verspreiding van discriminatiebestrijdende normen inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen.

Tevens moeten hoven en rechtbanken worden gewezen op het bestaan van de recente bepalingen inzake discriminatiebestrijding.

In alle beleidstakken van de federale overheid moet de gelijkheid van vrouwen en mannen tot stand worden gebracht, door middel van een beleid van « mainstreaming » en « genderbudgeting ».

Om een gender- en gelijkheidsaanpak in het hele federale beleid te integreren moet een interministerieel actieplan worden uitgewerkt, waarin alle ministers zich ertoe verbinden in het kader van hun politieke bevoegdheden een strategisch doel te bepalen dat ze willen bereiken. Daartoe moet een werkgroep worden opgericht bestaande uit vertegenwoordigers van alle kabinetten en administraties.

Dat nieuwe plan geldt voor de hele zittingsperiode en neemt de strategische doelstellingen van elk ministerieel departement inzake gelijke kansen voor vrouwen en mannen over. Aan de andere leden van de federale regering wordt gevraagd in hun kabinet en in de administratie een persoon aan te wijzen die de initiatieven moet stimuleren in verband met het « gelijke kansen »-aspect in het beleid waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

De systematische medewerking van de administraties aan dat proces wordt in een circulaire vastgesteld. Die sluit aan bij de wet, vult bepaalde leemten op en zorgt voor een continuďteit die soms ver te zoeken is wanneer de ministeriële kabinetten tijdens een zittingsperiode slechts formeel meedoen.

Naast dat transversaal beleid, moet het werk worden voortgezet rond de kennis van de vormen van discriminatie. Daarom hebben we hulpmiddelen nodig waarmee we de verschillen in behandeling en de discriminatie kunnen objectiveren. Het gelijkheidsbeleid moet gebaseerd zijn op een betere kennis van de werkelijkheid. Daarom moeten de genderstatistieken systematisch worden aangemaakt en moeten genderindicatoren worden ontwikkeld, waaruit systematisch kan worden geput bij het bepalen van het overheidsbeleid.

Bij het uitoefenen van haar bevoegdheden wil de minister bijzondere aandacht besteden aan de volgende aspecten.

Wat het grootstedenbeleid betreft, worden specifieke maatregelen voor de vrouw in een stedelijke omgeving diepgaand onderzocht en met specifieke acties aangeboden, zodat hier rekening wordt gehouden met de genderdimensie.

Op het gebied van ambtenarenzaken, werkt de minister aan een ruim programma voor gelijke kansen met de belangrijkste directeurs van de FOD Personeel en Organisatie. Vanaf het begin van het jaar wordt met de hulp van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen een actieplan ter ondersteuning van de diversiteit onder de ambtenaren opgestart. Het bestaat uit gerichte bewustmakingsacties en een reeks maatregelen die de rekruteringsprocedures moeten verbeteren door ze neutraler te maken.

Het is duidelijk dat het welslagen van dergelijk programma afhangt van de betrokkenheid van de actoren zelf.

Er is nog steeds loondiscriminatie tussen vrouwen en mannen (10 ŕ 15 %) op eenzelfde verantwoordelijkheidsniveau. De minister zet dus de inspanningen om gelijke lonen te krijgen voort. Factoren zoals de functieclassificaties of het bepalen van de lonen bij de aanwerving worden vanuit die invalshoek onderzocht. Het diversiteitsplan van de heer Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen, dat tot stand kwam in de Nationale Werkgelegenheidsconferentie, is een begin.

Er zal niet alleen speciale aandacht gaan naar gelijke lonen, maar ook naar ongelijkheid en discriminatie in het arbeidsstatuut van vrouwen. Zonder dat ze daar zelf echt voor hebben gekozen, worden de werkneemsters vaker dan de werknemers naar deeltijdse banen georiënteerd, of moeten ze arbeidsregelingen in acht nemen met een flexibiliteit die hun levensstandaard en hun dagelijks leven kwetsbaar maakt.

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen moet, wat dat betreft, bijzondere aandacht besteden aan de toestand van vrouwen afkomstig uit het buitenland, waarvan de werkgelegenheidsgraad een stuk lager ligt dan het gemiddelde.

In het raam van haar bevoegdheden inzake de opvang van asielzoekers, wil de minister in de opvangcentra de vereiste knowhow ontwikkelen om het verzoek te ondersteunen van vrouwen die kandidaat-vluchteling zijn en die gevlucht zijn wegens discriminatie of vervolging omdat ze vrouw zijn. In afwachting van de oprichting van een aangepaste structuur bij de Vreemdelingendienst en bij het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen, worden heel wat inspanningen geleverd om het genderaspect op te nemen in de procedure van de asielaanvragen. Algemeen blijkt dat de opvang en de begeleiding van asielzoeksters de jongste jaren meer aandacht hebben gekregen.

De minister verklaart begaan te zijn met de wijziging van de mentaliteit, waarin nog al te vaak de seksistische reflexen van de maatschappij te vinden zijn.

Uit onderzoek blijkt dat de beeldvorming van de vrouw in de media niet met de werkelijkheid overeenstemt. Vrouwen worden te vaak voorgesteld in een gedrag dat door de maatschappij is opgelegd of in stereotypen. Een wettelijk verbod om vrouwen in de media op geringschattende wijze voor te stellen is niet de beste oplossing om stereotiepe beeldvorming van de vrouw uit de wereld te helpen.

Bewustwording is van essentieel belang om tot mentaliteitswijziging te komen. Daarom worden bewustmakingsacties georganiseerd. We mogen evenwel niet in de klassieke val trappen dat we ons alleen tot de vrouwen richten. Ook specifieke acties voor mannen zijn noodzakelijk. Jongeren bijvoorbeeld zijn bij uitstek de doelgroep van stereotiepe mediaboodschappen. Er moeten hun alternatieven worden aangereikt voor de gewelddadige en vaak seksistische modellen die in die boodschappen aan bod komen.

« Wat kan je anders verwachten van een vent ? » Met dergelijke uitlatingen wordt haantjesgedrag van jongens vergoelijkt ... Soms kijken jongeren naar dergelijk gedrag op. Een reeks gedragingen, die traditioneel als mannelijk worden beschouwd, zoals agressie, moed en het uitdagen van het gezag, zijn populair bij jongeren omdat ze passen in een rolverdeling die nog steeds in onze cultuur aanwezig is. In bepaalde scholen is de toestand zo ernstig, dat meisjes die van dergelijk gedrag te lijden hebben, er zich niet willen inschrijven.

Die problematiek kan worden aangepakt door de scholen pedagogisch materiaal aan te bieden, maar ook door met die jongeren en hun ouders een dialoog te openen om ze bewust te maken van het probleem en om strategieën voor hen te ontwikkelen.

Een laatste punt betreft de migrantenvrouwen. Het is van het hoogste belang dat aandacht wordt besteed aan hun situatie. In een open, multiculturele maatschappij, gebaseerd op vrijheid, gelijkheid en solidariteit, moet absoluut worden gestreefd naar gelijke rechten voor en de emancipatie van die vrouwen.

Het valt niet te rechtvaardigen dat die vrouwen, vanwege hun buitenlandse nationaliteit of afkomst of omdat hun culturele achtergrond verschilt van de onze, feitelijk of in rechte worden achtergesteld.

Door hun de nodige instrumenten aan te reiken wil de minister de migrantenvrouwen bewust maken van hun identiteit. Die instrumenten zijn uiteenlopend : alfabetisering, beroepsopleidingen, toegang tot gemengde ontmoetingsplaatsen, onthaal van moeders in de scholen van hun kinderen, deelname aan netwerken voor uitwisseling van informatie tussen mensen van verschillende afkomst en juridische hulp wanneer hun rechten worden miskend.

Er wordt een grootschalig debat georganiseerd, met name met migrantenvrouwen, over een ambitieus beleid dat de keuzevrijheid van eenieder waarborgt. Het is een rijk maar bijzonder complex dossier. Jonge vrouwen hebben het recht om de fundamentele keuzes inzake hun beroeps-, affectief en sociaal leven vrij te maken, maar zij hebben ook het recht om een nauwe affectieve band te onderhouden met hun cultuur en hun familie, en zich daarmee te identificeren.

II. GEDACHTEWISSELING
Mevrouw Geerts verheugt zich over het belang dat de minister hecht aan de genderdimensie in statistieken. Naast haar politiek ambt houdt het lid zich ook bezig met universitaire studies met betrekking tot bejaarde vrouwen, die op Europees niveau worden georganiseerd. Het vergt enorm veel werk en het wordt duidelijk hoe belangrijk statistieken met gekruiste variabelen betreffende leeftijd en geslacht wel zijn. Er zijn maar weinig statistieken die specifiek over bejaarde vrouwen handelen.

Mevrouw Goovaerts, volksvertegenwoordiger, wil graag weten wat de minister wil doen voor vrouwen die ervoor kiezen om thuis te blijven bij hun kinderen. Zij is moeder van vier kinderen en heeft het geluk gehad om thuis te kunnen blijven. Het is echter duidelijk dat vele moeders zich dat om financiële redenen niet kunnen veroorloven.

Mevrouw Nyssens vraagt hoe de voorbereidingen van de Staten-Generaal van het gezin verlopen. Kunnen de vrouwenverenigingen eraan deelnemen ?

Mevrouw Hedwige Peemans-Poullet, lid van de Raad van de gelijke kansen en directrice van de Université des Femmes, vraagt hoe de minister de taak van de Raad van de gelijke kansen, enerzijds, en de rol van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen ten aanzien van de verschillende vrouwenverenigingen, anderzijds, ziet.

Worden de verenigingen betrokken bij het debat over de herziening van de rol van de provinciale adviseuses inzake gelijke kansen ? Tot nog toe is er weinig samenwerking en uitwisseling van informatie.

Mevrouw Maggi Poppe, lid van de Nederlandstalige Vrouwenraad (NVR), komt terug op de kwestie van gender in het asielbeleid. Volgens de minister moet men de concrete situatie van de vrouw in het land van herkomst bekijken. De Nederlandstalige Vrouwenraad steunt projecten in Afghanistan en volgt de situatie daar van nabij. Hij is tot de conclusie gekomen dat het nog veel te vroeg is om vrouwen terug te zenden naar dat land. Kan de NVR hierbij rekenen op de steun van de minister ? Is er eventueel samenwerking mogelijk ?

Mevrouw Arena, minister van Gelijke Kansen, antwoordt dat de Staten-Generaal van het gezin georganiseerd zullen worden rond vijf werkgroepen. De minister en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen zullen vertegenwoordigd zijn in die groepen, zodat de dimensie van de gelijkheid van mannen en vrouwen altijd voor ogen wordt gehouden, ongeacht de problematiek : tewerkstelling, burgerschap, sociale zekerheid, ... Het Instituut moet samenwerken met de verenigingen en hun informatie en standpunten doorgeven. Ook het thema van de maatschappelijke integratie en de armoede komt in al deze groepen aan bod. Helaas worden ook veel vrouwen met die problematiek geconfronteerd.

Wat betreft het rekening houden met de situatie van de vrouw in haar land van herkomst als criterium bij de beoordeling van haar asielaanvraag, is een inventaris gevraagd van de tien gevaarlijkste landen waarvan grote groepen in België aanwezig zijnde vreemdelingen afkomstig zijn. Die analyse, die zo objectief mogelijk moet zijn, is uitgevoerd door het Commissariaat-Generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (CGVS) in samenwerking met NGO's en het ministerie van Buitenlandse Zaken. De specifieke situatie van de vrouw in die landen is een van de elementen die in aanmerking komen.

De Raad voor de gelijke kansen geeft in principe advies. Hij gaat na of op verschillende vlakken rekening wordt gehouden met de genderdimensie. Het zou bijvoorbeeld nuttig zijn om hem de resultaten van de analyse van het CGVS voor te leggen.

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen moet een brug vormen tussen de verenigingen en de politiek. Het personeel van het Instituut wordt met name aangeworven om zijn bekwaamheid tot dialoog met de verenigingen en om zijn praktijkervaring. Er zal een actie- en werkprogramma worden opgezet met de mensen uit de praktijk.

De minister wil dat de functie van de provinciale adviseuses inzake gelijke kansen wordt geëvalueerd om na te gaan of hun optreden beantwoordt aan de verwachting van de mensen uit de praktijk of daarentegen moet worden geheroriënteerd of de doelstellingen duidelijker omschreven.

Wat de statistieken betreft, herinnert de minister eraan dat in het verleden is voorgesteld een autonoom observatorium voor de gelijkheid van kansen op te richten. De verzamelde gegevens moeten weliswaar worden gecentraliseerd, maar de minister vindt het overbodig om nog een nieuw instrument op te richten. Wat precies moet worden geanalyseerd, moet worden vastgesteld overeenkomstig de krachtlijnen van het managementplan van het Instituut.

De situatie van vrouwen die thuis willen blijven, moet worden voorgelegd aan de Staten-Generaal van het gezin. De bedoeling is niet om het werken dan wel het thuisblijven aan te moedigen maar om een evenwicht te zoeken tussen het privé- en het beroepsleven. Dat evenwicht is even belangrijk voor mannen als voor vrouwen.

Mevrouw Vienne vindt dat er ook een analyse moet komen van het fenomeem van de « zelfdiscriminatie » door vrouwen, die zichzelf niet altijd in staat achten om tot bepaalde niveaus van verantwoordelijkheid op te klimmen. Zonder financiële autonomie, geen emancipatie. Het is de rol van de politiek de vereiste middelen vrij te maken om vrouwen de kans te bieden die financiële autonomie te bereiken. Het probleem duikt op bij het organiseren van een loopbaan op enig niveau.

De senator wijst op het schuldgevoel van vrouwen die hun loopbaan met hun gezinsleven combineren. Theoretisch hebben mannen nochtans hetzelfde probleem, maar daar wordt nooit op gewezen.

Mevrouw Cahay, lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, verheugt zich over de acties die het plan van de minister inzake gelijke kansen vooropstelt. Zoals de vorige spreekster, betreurt ze het schuldgevoel waarmee men vrouwen die een beroepsloopbaan van enig niveau hebben vaak opzadelt. Men moet ze aanmoedigen en hen doen inzien dat ze net zo bekwaam zijn als een man.

Vaak is het een reëel probleem voor vrouwen dat ze verplicht worden opleidingen te volgen om toegang te krijgen tot hogere functies in de administratie. Dat geldt nog meer voor alleenstaande vrouwen, die zelfs niet op de verdeling van de huishoudelijke taken met een partner kunnen rekenen.

Al die gegevens moeten worden geanalyseerd om te bepalen waar de remmen op het beroepsleven van de vrouwen zich bevinden.

Mevrouw Pehlivan merkt op dat de minister niet veel heeft gezegd over het probleem van de migrantenvrouwen in onze maatschappij. De maatschappij verandert steeds meer, we worden geconfronteerd met andere culturen, met specifieke problemen inzake vrouwenemancipatie. We moeten ook met de « gewone » vrouw begaan zijn. We hebben het gehad over de problemen van vrouwen om leidinggevende functies in grote ondernemingen te bereiken, terwijl de meerderheid van de vrouwen dat niveau nooit haalt.

Mevrouw De Vos, lid van de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen, herinnert eraan dat de Raad het enige officiële orgaan is dat alle vrouwenbewegingen, officiële organen zoals de vakbonden en de politieke bewegingen vertegenwoordigt. Op een brede basis verenigt hij de actoren inzake gelijke kansen in België.

Hoe wil de minister de coördinatie te verzekeren tussen de Raad en het Instituut ? Uit de wet van 16 december 2002 houdende oprichting van het Instituut en uit zijn uitvoeringsbesluit blijkt enige verwarring in de taakverdeling tussen beide organen.

De Raad geeft vele adviezen op allerlei gebieden en het is vaak frustrerend vast te stellen hoe weinig weerklank dat werk vindt. Hoe kan men de adviezen van de Raad meer bekendheid geven bij de parlementsleden ?

Minister van Gelijke Kansen Arena verklaart dat ze uiteraard begaan is met de problemen van de migrantenvrouwen in België. Het Instituut kreeg als taak om in samenwerking met het Centrum voor gelijkheid van kansen voor racismebestrijding een analyse te maken van de toestand van de vrouwen in België, van de problemen die ze hebben, al naargelang de gemeenschappen waartoe ze behoren en hun tradities. Het doel is te bepalen hoe we die vrouwen kunnen helpen om enige autonomie te verwerven, om hun identiteit te uiten zonder daarom de band met hun cultuur te verbreken.

Zoals een spreekster het gevraagd heeft, gaan we proberen de remmen op de loopbaan van vrouwen bij de overheid te identificeren. Het probleem heeft niet zozeer te maken met de bestaande reglementering, maar veeleer met het feit dat mannen de rekruterings- of promotiecriteria opstellen op basis van mannelijke opvattingen. In samenwerking met academische vorsers wordt een wetenschappelijke analyse gemaakt.

In geen geval kan het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen de taken overnemen van de Raad van de gelijke kansen. De minister hecht heel veel belang aan de samenwerking tussen haar kabinet en de administratie. Ze stelt voor snel een werkgroep op te richten om de relatie tussen haar politiek team en de Raad te organiseren. Die werkgroep moet een werkwijze en een tijdschema van de regelmatige ontmoetingen vastleggen. Daar kunnen heel wat problemen worden aangeraakt, zonder dat daarom een wet moet worden aangenomen of een reglement gewijzigd.

Men kan ten slotte ook onderzoeken hoe de adviezen van de Raad meer publiciteit kunnen krijgen. Dat betekent uiteraard niet dat de regering verplicht is al die adviezen te volgen, maar wel dat ze er kennis van neemt en dat ze kan uitleggen in hoeverre en om welke reden ze beslist het advies al dan niet te volgen.

III. ADVIES
1. Het adviescomité voor gelijke kansen stelt vast dat het programma van de minister belast met het gelijkekansenbeleid ambitieus is, ook al moeten bepaalde plannen nog worden uitgediept. Het adviescomité wenst de nadruk te leggen op concrete engagementen die nadien samen met de minister regelmatig geëvalueerd kunnen worden.

2. Het adviescomité verbindt zich er met name toe aandacht te besteden aan de volgende thema's uit de uiteenzetting van de minister voor gelijke kansen :

­ de werking van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en de taakverdeling met de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen en Amazone;

­ het opstellen van een interministerieel actieplan om gelijkheid in het volledige federale beleid in te passen;

­ de systematisering van genderstatistieken en -indicatoren;

­ het grootstedenbeleid;

­ de opstelling van een actieplan om de diversiteit in het openbaar ambt te bevorderen;

­ het wegwerken van ongelijkheden in de verloning van vrouwen en mannen;

­ het opnemen van gender als criterium voor de beoordeling van asielaanvragen;

­ het uitwerken van sensibiliseringsacties voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, met name voor doelgroepen;

­ hulp aan migrantenvrouwen bij het waarderen van hun eigen identiteit.

3. Het adviescomité vraagt de minister om meer aandacht te besteden aan de politieke participatie van vrouwen. Er werden reeds wetgevende initiatieven genomen, maar de strijd is nog niet gestreden. De jongste verkiezingen laten weinig vooruitgang zien, ondanks het systeem van de quota. Het adviescomité meent dat de blijvende stimulans om vrouwen te laten deelnemen aan de politiek een van de sleutels is voor het gelijkekansenbeleid in het algemeen. Het adviescomité vraagt een analyse van de resultaten van de jongste verkiezingen om na te gaan hoe het huidige kiesstelsel vrouwen kan benadelen, met name via het opvolgerssysteem en de dubbele kandidaatstellingen. De Raad voor gelijke kansen heeft hetzelfde gedaan voor de verkiezingen van 18 mei 2003.

4. Het adviescomité blijft met aandacht de toestand volgen van het Instituut voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen en van de Raad voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen, die de middelen moeten blijven krijgen om te kunnen werken. Ook Amazone en de vrouwenbewegingen in het algemeen moeten garanties blijven krijgen dat zij in de toekomst hun taken kunnen blijven uitvoeren. Het adviescomité wenst van de minister meer informatie over de verdeling van taken en de financiering van de verschillende instellingen.

5. Het adviescomité is verheugd dat de minister de clichés en het beeld van de vrouw in de media aan de kaak wil stellen. Het adviescomité zal nadenken over een manier om bij te dragen tot de sensibilisering van doelgroepen.

6. Het adviescomité deelt de mening van de minister over de noodzaak om over statistieken te beschikken die systematisch zijn opgesplitst volgens gender. Het stelt ook voor het gendercriterium te vermengen met andere criteria, zoals bijvoorbeeld leeftijd, om zo beter de situatie van de bejaarde vrouw te kunnen inschatten.

7. Het adviescomité meent dat de strijd tegen ongelijke lonen voor vrouwen en mannen moet worden opgedreven. De regering moet een prioriteit maken van het bereiken van gelijke lonen en arbeidsvoorwaarden voor een gelijkwaardige baan.

8. Wat de emancipatie van migrantenvrouwen betreft meent het adviescomité, net als de minister, dat deze vrouwen of mannen de middelen moeten krijgen om zich te laten gelden. Het adviescomité stelt voor alle studies en onderzoeken ter zake te verzamelen om op basis van die resultaten de bestaande maatregelen te evalueren en nieuwe concrete maatregelen voor te stellen. Om efficiënt te zijn moet het beleid aangepast zijn aan de divesiteit binnen de groep migranten (doelpubliek identificeren, bijvoorbeeld jonge meisjes, jonge vaders, bejaarde vrouwen, ...).

Het adviescomité wenst na te denken over concrete politieke maatregelen, eventueel binnen een werkgroep die vrouwenverenigingen zou samenbrengen of door een studiedag te organiseren.

9. Het adviescomié benadrukt hoe belangrijk het is te blijven verwijzen naar de verschillende strategische doelstellingen die op de vierde internationale vrouwenconferentie in Peking in 1995 werden bepaald. Om de continuďteit van de werken te garanderen moeten deze twaalf domeinen ­ samen het actieprogramma van Peking ­ prioriteiten blijven. Het betreft :

1) Blijvende armoede die almaar zwaarder weegt voor vrouwen;

2) Onderwijs en opleiding voor vrouwen;

3) Vrouwen en gezondheid;

4) Geweld tegen vrouwen;

5) Vrouwen en gewapende conflicten;

6) Vrouwen en economie;

7) Vrouwen en besluitvorming;

8) Institutionele mechanismen voor de vooruitgang van de vrouwen;

9) De grondrechten van de vrouw;

10) Vrouwen en media;

11) Vrouwen en leefmilieu;

12) Jonge meisjes.

Het adviescomité zal van nabij de voorbereiding volgen van de buitengewone vergadering van de Algemen vergadering van de Verenigde naties in maart 2005 en wenst nauw betrokken te worden bij de werkzaamheden van de regering, zoals dat het geval was voor de voorbereiding van de « Peking +5 »-conferentie in New York van juni 2000.

10. In de marge van deze beleidsplannen van de minister zal het adviescomité aandacht hebben voor de naleving van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de toepassing van het familierecht.

IV. STEMMINGEN
Het advies wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.

Dit verslag werd eenparig goedgekeurd door de 9 aanwezige leden.

De rapporteur, De voorzitster,
Christel GEERTS. Fatma PEHLIVAN.

--------------------------------------------------------------------------------



Terug naar het overzicht