Wetsvoorstel
03-07-2006

Sabine de Bethune

Wetsvoorstel betreffende de erkenning van de organisaties voor eerlijke handel (3-1784)

Ingediend door mevrouw Sabine de Bethune en
de heer Christian Brotcorne
 


TOELICHTING

--------------------------------------------------------------------------------

Volgens de UNCTAD zien de algemene vooruitzichten inzake ontwikkeling er voor de komende jaren weinig rooskleurig uit als gevolg van toenemende onevenwichtigheden in de wereldhandel (1) .

Eerlijke handel tracht in de mate van het mogelijke de onevenwichtigheden in de internationale handel te corrigeren door voor de ontwikkeling van de landen van het Zuiden voorrang te geven aan een daadwerkelijke solidariteit. De doelstelling van eerlijke handel bestaat erin een bevredigende handelsrelatie tot stand te brengen van producent tot consument, zodat zowel de producenten als de consumenten hun onafhankelijkheid kunnen terugvinden, weer vat krijgen op wat ze doen en de zin van hun handelen terugvinden.

Het succes van de andersglobalistische theorieën sinds een tiental jaren heeft er in ruime mate toe bijgedragen dat de eerlijke handel voor het voetlicht is gebracht. Eerlijke handel schommelt tussen een alternatieve en een reformistische aanpak van de internationale handel en hij stelt vijf miljoen producenten en werknemers uit het Zuiden in staat hun dagelijkse levensomstandigheden te verbeteren. Volgens de European Fair Trade Association zou de omzet van de producenten en de werknemers jaarlijks met 10 à 25 % stijgen (2) .

Eerlijke handel berust op een handelspartnerschap dat een duurzame ontwikkeling beoogt voor de uitgesloten of benadeelde producenten. In die zin heeft de eerlijke handel uitlopers in de reflectie over de gerechtigheid tussen de volkeren, de opvattingen over de ontwikkeling en het daaraan gerelateerde beleid.

Artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bepaalt dat « Al wie arbeidt (...) recht [heeft] op een billijke en toereikende vergoeding die hem alsmede zijn gezin een bestaan verzekert dat overeenkomt met de menselijke waardigheid ». Eerlijke handel berust op de betaling van een « billijke » prijs die de producent en zijn gezin een bestaan verzekert dat overeenkomt met de menselijke waardigheid. Eerlijke handel is een demarche die past in het kader van de uitwisseling van goederen en diensten en van de aan die uitwisseling gerelateerde productie, en als dusdanig zet hij aan tot een reflectie over de ethische grondslagen van de economie.

Eerlijke handel werpt een nieuw licht op de principes waarop de traditionele economische analyses berusten die toegespitst zijn op de kwesties van de productie, de prijszetting, de winstverdeling en de consumptie. In een traditioneel conceptueel kader hangt de prijsvorming immers af van de concurrentiegraad op de markten, waarbij er wordt van uitgegaan dat individuen rationeel handelen (3) . Het voornaamste kenmerk van de prijs is dat hij vraag en aanbod op een markt met elkaar in evenwicht brengt : in die mate is hij doelmatig (omdat hij de voortbrenging van een zo groot mogelijke rijdkom mogelijk maakt) en wordt hij als billijk beschouwd (omdat hij ervoor zorgt dat producenten en consumenten een zodanig niveau van inkomsten hebben dat een verbetering van de situatie van de ene de verslechtering van die van de andere met zich brengt). De vrije prijs is dus niet alleen doelmatig, er wordt bovendien van uitgegaan dat hij eerlijk is omdat hij geen enkele van de partijen bevoordeelt ten nadele van de andere.

Die opvatting dat de prijs eerlijk of billijk is, is zeker niet de enig mogelijke. Het begrip « eerlijke prijs » kan ook een betekenis hebben die toegespitst is op de sociale gerechtigheid, gepaard met economische rechtvaardigingen die voortkomen uit de tekortkomingen van de markt. Men neemt daarbij aan dat de eerlijke prijs niet noodzakelijk wordt bepaald door de krachten van de markt, maar dat hij ervoor zorgt dat een deel van de bevolking wordt betaald los van de productiekosten (4) . In dat opzicht zou de eerlijke prijs die zijn welke de mogelijkheid biedt de situatie van de armsten te verbeteren wat de voldoening van hun sociale basisbehoeften betreft. De allocatieve functie van de prijzen (die gebonden is aan de verwezenlijking van de economische doelmatigheid) gaat gepaard met een distributieve functie van de prijzen, die verwijst naar de bepaling van de inkomsten die de individuen moeten krijgen in ruil voor hun bijdrage (5) . Zodoende is eerlijke handel niet in strijd met de wetten van de markt aangezien hij deel uitmaakt van de marktmechanismen maar daar ook sociale of ethische overwegingen aan koppelt (6) . Hij staat des te minder haaks op de wetten van de markt omdat bij de huidige prijsbepaling de facto de externe sociale en milieufactoren die met het productieproces gepaard gaan over het hoofd worden gezien. De bepaling van een eerlijke prijs biedt daarentegen de mogelijkheid die thans verborgen kosten te verrekenen. Uit sommige analyses is immers gebleken dat de consument, naarmate zijn koopkracht toeneemt, niet alleen nog een uitsluitend op de prijs gebaseerde concurrentie doet spelen (piramide van Maslow). De concurrentie verplaatst zich naar andere terreinen, zoals het imago van het productiesysteem.

Het is derhalve niet verwonderlijk dat bepaalde deelnemers aan de traditionele handel — in het bijzonder de groepen van de grootdistributie — merken of productlijnen op de markt brengen met het logo van de eerlijke handel. Voor die actoren is de eerlijke handel een bijkomende commerciële « niche » waardoor de eindgebruiker een product van een ander kan onderscheiden. Zorgen voor meer afzetmarkten voor producenten die vaak op zwakke en beperkte lokale markten gepositioneerd zijn, is ongetwijfeld een hoofddoelstelling van eerlijke handel, maar dat neemt niet weg dat de grootdistributeurs voor de meeste producten die ze verkopen een specifieke economische en financiële logica volgen die vaak haaks staat op die van de eerlijke handel. Het risico is dus groot dat ze zich richten op eerlijke handel, zonder dat daarvan een nauwkeurige omschrijving wordt gegeven, en dat ze dat soort van handel doen opgaan in een geheel van praktijken — gaande van ethische tot caritatieve — die in fine de consument misleiden.

De invoering van eerlijke handel in de grootdistributie biedt niettemin aanzienlijke ontwikkelingskansen, wat niet alleen de productbekendheid ten goede komt, maar ook het afzetvolume dat overeenstemt met voor de actoren lagere investeringen. Men mag er ook van uitgaan dat het succes van de invoering van eerlijke voedingsproducten in de circuits van de grootdistributie als voorbeeld werkt en uitzicht biedt op aanzienlijke kansen voor andere producten, onder meer in de non-foodsector. De invoering van fair trade producten in de grootdistributie moet niet worden beschouwd als een bedreiging voor de bestaande netwerken van producenten en distributeurs. Wel integendeel, zoals wordt aangetoond door het voorbeeld van de koffie. Die invoering bevordert de ontwikkeling van de verkoop in de bestaande circuits. Beide etappes kunnen zelfs aanvullend zijn tussen de lanceerfase — waarvoor de specifieke netwerken een beschermde ontwikkeling waarborgen — en de fase van noodzakelijke ontwikkeling van de afzet — die de grootdistributie op zich neemt.

Die complementariteit zorgt voor nieuwe uitdagingen die in de hand moeten worden gehouden. Men moet meer bepaald meer vat krijgen op de criteria en de transparantie, teneinde de ontwikkeling van de eerlijke handel te bevorderen maar daarbij ook zijn specificiteit en de eraan verbonden vereisten te beschermen.

Met name de beoordeling van de criteria van de eerlijke handel vereist allereerst dat men het eerst eens wordt over één enkele omschrijving van eerlijke handel teneinde te komen tot een standaardisatie van de criteria en ervoor te zorgen dat er meer zichtbaarheid aan wordt gegeven. Over de definitie van FINE, de federatie van de vier internationale federaties van de organisaties voor eerlijke handel (met name FLO (Fairtrade Labelling Organizations International), IFAT (International Fair Trade Association), NEWS (Network of European Workshops) en EFTA (European Fair Trade Association), bestaat een ruime consensus. Eerlijke handel wordt omschreven als « een handelspartnerschap, gebaseerd op dialoog, transparantie en respect, dat streeft naar meer rechtvaardigheid in de internationale handel. Eerlijke handel draagt bij tot duurzame ontwikkeling door betere handelsvoorwaarden te bieden aan en de rechten veilig te stellen van achtergestelde producenten en arbeiders in vooral het Zuiden. ». In dat opzicht zijn de volgende drie principes essentieel om een demarche van eerlijke handel te kunnen kenschetsen : evenwicht in de handelsrelatie tussen de kopers en de producenten; steun aan de organisaties van producenten of werknemers die aan eerlijke handel doen; bewustmaking van de consument en van het publiek in het algemeen inzake de verbetering van de regels en de praktijken van de internationale handel.

De transparantie van de eerlijke handel vereist dat de consument over volledige informatie beschikt over het product dat hij in huis haalt. De informatie moet slaan op de garantie dat de criteria in acht worden genomen tijdens het hele productie- en afzetproces van de producten. Eerlijke handel wil ook een educatief middel zijn dat de mogelijk biedt de consumenten bewust te maken van de moeilijkheden waarmee de producenten in het Zuiden te kampen hebben.

COMMENTAAR BIJ DE ARTIKELEN
Artikelen 1, 2 en 3

De erkenning van de organisaties voor eerlijke handel behelst twee categorieën van spelers die optreden in het kader van verschillende verkoopkanalen. Bij het verkoopkanaal dat gewoonlijk het « geïntegreerde verkoopkanaal » wordt genoemd, zijn de invoerders en distributeurs organisaties voor eerlijke handel. Bij het zogenaamde, in artikel 3, derde lid, bedoelde verkoopkanaal « onder keurmerk », zijn de importeurs en distributeurs over het algemeen geen organisaties voor eerlijke handel. Een aan de handelsrelatie externe organisatie voor eerlijke handel zorgt ervoor dat de criteria inzake eerlijke handel worden in acht genomen. In de gepreciseerde erkenningscriteria zijn de essentiële facetten van de bij « eerlijke handel » gehuldigde opvattingen opgenomen; deze worden hieronder geëxpliciteerd.

Die organisaties moeten inzonderheid aantonen dat de handelsbetrekkingen die ze aanknopen duurzaam zijn, en dat ze evenwichtig verlopen om ervoor te zorgen dat de producenten in het Zuiden sterker kunnen staan als ze op de markt optreden en onderhandelingen voeren.

Een organisatie die om erkenning verzoekt, moet ook aantonen dat ze de economische en sociale ontwikkeling bevordert door te bevestigen dat ze de beginselen en rechten in acht neemt welke bij arbeid fundamenteel zijn, met name zoals ze in herinnering worden gebracht in het kader van de gelijknamige Verklaring die in 1998 werd aangenomen binnen de Internationale Arbeidsorganisatie. Die rechten worden gerangschikt volgens vier categorieën, te weten : het recht van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectief overleg, de uitbanning van elke vorm van gedwongen of verplichte arbeid, de daadwerkelijke afschaffing van de kinderarbeid, alsmede de wegwerking van discriminatie inzake werkgelegenheid en beroep.

De (in artikel 3, tweede lid, 3º bedoelde) bezoldiging van de producenten en dienstverleners verwijst naar de vastleggingswijze van de billijke prijs door de producent en de organisatie voor eerlijke handel. Die billijke prijs moet de productiekosten dekken, alsmede de fundamentele behoeften van de benadeelde producent en zijn gezin. Voorts moet die prijs het mogelijk maken een winstmarge te genereren waarmee in de mate van het mogelijke investeringen kunnen worden gedaan en waarmee kan worden bijgedragen tot het voldoen aan collectieve behoeften. In de praktijk zal de aan de producent of de producentenorganisatie betaalde prijs altijd de gunstigste prijs moeten zijn tussen de prijs op die specifieke markt, de prijs op lokaal of internationaal vlak en de prijs die de verenigde organisaties voor eerlijke handel op internationaal vlak (welke lid zijn van FINE) bepalen. Dankzij de hoogste prijs en een duurzame verbintenis kunnen de initiatieven van de producenten worden geconsolideerd. Die producenten kunnen een deel van de winst ofwel rechtstreeks, ofwel in de vorm van diensten (scholing, onderdak, gezondheidszorg) verdelen, terwijl het andere deel opnieuw kan worden geïnvesteerd in de organisatie zelf (materiaal, opleiding).

Het (in artikel 3, tweede lid, 4º bedoelde) beginsel van externe controle verwijst naar de organisaties die als enige activiteit hebben toezicht uit te oefenen op de inachtneming van de (in artikel 3, tweede lid, bedoelde) criteria voor eerlijke handel. Een organisatie die om erkenning verzoekt, moet immers aantonen dat ze heeft gezorgd voor een controleregeling waarmee ze zich ervan kan vergewissen dat de beginselen van de eerlijke handel in alle fasen worden in acht genomen.

Een organisatie die om erkenning verzoekt, moet aantonen dat de informatie die ze aan de consument verstrekt om hem te sensibiliseren duidelijk, betrouwbaar en controleerbaar is, in casu hoofdzakelijk wat de gewaarborgde toepassing van de criteria betreft. Sensibilisering gebeurt ook met behulp van educatieve acties.

Organisaties die om erkenning verzoeken als organisatie die zorgt voor de inachtneming van de criteria voor eerlijke handel moeten in het kader van het in artikel 3, derde lid, bedoelde verkoopkanaal onder keurmerk, hun onafhankelijkheid aantonen ten opzichte van de producenten en verdelers van de van eerlijke handel afkomstige producten. Controle komt naar voren als een kernaspect van een transparant voorlichtingsbeleid ten behoeve van de consument over de producenten, de leveranciers enzovoort.

De criteria welke gelden als premissen voor de erkenning van organisaties voor eerlijke handel moeten nader worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, zulks in de geest van de hieronder geëxpliciteerde criteria.

Artikelen 4 en 5

De erkenning wordt verleend op grond van het met redenen omklede advies van een evenwichtig samengestelde commissie die een weergave vormt van de verschillende belangen welke bij het vraagstuk van de eerlijke handel in het geding zijn.

Artikel 6

De Commissie brengt haar advies over de toekenning van de erkenning uit indien ze het bewezen acht dat alle krachtens artikel 3 vastgestelde criteria in acht worden genomen.

De erkenningsprocedure van de organisaties voor eerlijke handel is open, en ze onderstelt dat de betrokken spelers zelf de stap zetten. Er wordt de voorkeur aan gegeven organisaties voor eerlijke handel te erkennen in plaats van producten van een keurmerk te voorzien, want die laatste procedure is omslachtiger. Net zoals bij de verlening van een keurmerk houdt de erkenning van de organisaties in geen enkel opzicht enige discriminatie in wat de commercialisering van de producten betreft, aangezien de markt open blijft.

De minister verleent weliswaar de erkenning, maar hij doet dat op grond van het advies van de Commissie, waarbij dat advies in alle gevallen met redenen wordt omkleed. Die bepaling strekt ertoe de objectiviteit van de erkenningsprocedure te verhogen.

Dankzij een beding van wederzijdse erkenning kunnen de in derde Staten erkende organisaties voor eerlijke handel in België worden erkend, op voorwaarde dat ze soortgelijke criteria in acht nemen als die waarin de Belgische wet voorziet.

Artikel 7

De erkenningsprocedure is erop gericht het vertrouwen van de economische spelers te bevorderen. Vanuit dat oogpunt bekeken, is het van essentieel belang dat de Belgische overheid een procedure uitwerkt volgens welke de inachtneming van de beginselen van de eerlijke handel wordt gecontroleerd. Daarbij wordt verwezen naar de bepalingen inzake BELAC, de Belgische Accreditatieorganisatie. Die instantie heeft de op Europees en zelfs internationaal vlak bestaande, multilaterale goedkeuringen en erkenningen ondertekend.

Het beding van wederzijdse erkenning is het resultaat van de commentaar die de Europese Commissie heeft geformuleerd over de procedure welke werd uitgewerkt voor de verkrijging van het sociaal label. Opgemerkt zij dat een in België geaccrediteerde controle-instantie niet moet optreden ten aanzien van in derde Staten erkende organisaties voor eerlijke handel welke in ons land zouden worden erkend.

Artikel 8

Dit wetsvoorstel behelst de erkenning van de organisaties voor eerlijke handel, waarbij die erkenning wordt verleend op grond van een type van overlegbesluitvorming. Het beoogt de geloofwaardigheid van de eerlijke handel te vergroten alsook de consument betere garanties te bieden. De gekozen optie onderstelt dat bijzondere aandacht gaat naar voorlichting van de consument, opdat hij over een leesrooster kan beschikken voor de consumptiekeuzes die hij maakt.

Artikelen 9 tot 12

Dit wetsvoorstel voorziet in straffen ten aanzien van wie in voorkomend geval de benaming « eerlijke handel » abusievelijk zou hanteren zonder erkend te zijn, inzonderheid voor reclamedoeleinden. Het is de bedoeling om met die bepalingen een bedrieglijke aanwending van het concept « eerlijke handel » te voorkomen.

Behalve in een vordering tot staking, voorziet het wetsvoorstel ook in de mogelijkheid betwiste goederen in beslag te nemen. De bepaling inzake beslag heeft betrekking op producten die abusievelijk worden aangeprezen onder de benaming « eerlijke handel », en waarvoor reclame wordt gemaakt door een economische speler die zich in dat kader als organisatie voor eerlijke handel wil voordoen zonder over de dienovereenkomstige erkenning te beschikken.

Christian BROTCORNE.
Sabine de BETHUNE.

--------------------------------------------------------------------------------

WETSVOORSTEL

--------------------------------------------------------------------------------

Hoofdstuk I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Hoofdstuk II

Voorafgaande bepalingen

Art. 2

Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :

1) « organisatie voor eerlijke handel » : de natuurlijke of rechtspersonen aan wie een erkenning is verleend volgens de hierna vermelde procedure;

2) « ontwikkelingsland » : door het « Development Assistance Committee » van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) als ontwikkelingsland beschouwd land;

3) « de minister » : de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft;

4) « de Commissie » : de Commissie voor eerlijke handel waarvan de samenstelling en de taken bij deze wet zijn bepaald.

Hoofdstuk III

Erkenningscriteria

Art. 3

De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op voorstel van de Commissie de criteria op grond waarvan de erkenning als organisatie voor eerlijke handel kan worden verleend, volgens de twee hierna bepaalde categorieën.

Als de natuurlijke of rechtspersoon bedrijvig is op het vlak van de productie, transformatie of distributie van producten of diensten die tot de sector van de eerlijke handel behoren, toont hij aan dat hij :

1. op een evenwichtige en duurzame wijze handelsbetrekkingen aanknoopt met benadeelde producenten of dienstverleners die zich in een ontwikkelingsland bevinden;

2. een strategie nastreeft die erop gericht is de economische en sociale vooruitgang van de producenten of dienstverleners, alsook van hun gezinnen, en het respect voor het milieu te bevorderen;

3. de producenten of dienstverleners een loon waarborgt waarmee zij hun productiekosten kunnen dekken en kunnen voorzien in hun basisbehoeften, alsook in die van hun gezinnen;

4. een beroep doet op een organisatie voor externe controle, zoals hierna vermeld, die attesteert dat hij de in het eerste lid bedoelde criteria naleeft;

5. de bewustmaking inzake en de bevordering van de verbetering van de regels en praktijken in de internationale handel mede betracht.

Als de natuurlijke of rechtspersoon toeziet op de naleving van de voorwaarden inzake eerlijke handel zonder bedrijvig te zijn op het vlak van de productie, transformatie of distributie van producten of diensten die tot de sector van de eerlijke handel behoren, toont hij aan dat hij :

1. onafhankelijk is van de producenten en dienstverleners, en natuurlijke of rechtspersonen die bedrijvig zijn in de eerlijke handel die hij controleert;

2. bekwaam is om toe te zien op de inachtneming door de producenten of dienstverleners van de vijf in het tweede lid bedoelde criteria;

3. beschikt over een geschikte organisatie om doeltreffende controles te verrichten in de landen waar de producenten of dienstverleners zijn gevestigd, door in voorkomend geval een beroep te doen op partners of onderaannemers.

Hoofdstuk IV

De Commissie voor eerlijke handel

Art. 4

Er wordt een « Commissie voor eerlijke handel » opgericht, hierna « de Commissie » genoemd, die tot taak heeft :

1. adviezen uit te brengen over alle aspecten in verband met de erkenningscriteria voor de organisaties voor eerlijke handel;

2. gemotiveerde adviezen uit te brengen over de naleving van de krachtens hoofdstuk III van deze wet vastgestelde criteria, door de natuurlijke of rechtspersonen die om de toekenning of verlenging verzoeken van de erkenning als organisatie voor eerlijke handel;

3. gemotiveerde adviezen uit te brengen over de opschorting of intrekking van de erkenning;

4. de coherente en transparante toepassing te coördineren van de principes en procedures inzake de erkenning van de organisaties voor eerlijke handel.

Art. 5

De Koning benoemt de leden van de Commissie. Ze bestaat uit 16 leden, met inbegrip van de voorzitter en de ondervoorzitter, en 16 plaatsvervangende leden, die volgens dezelfde regels worden benoemd. De commissie is samengesteld als volgt :

1º vier leden die zijn gekozen uit de leden van de internationale federaties voor eerlijke handel;

2º twee leden die zijn gekozen uit de vertegenwoordigers van de inzake ontwikkelingssamenwerking erkende niet-gouvernementele organisaties;

3º twee leden die de sector van de handels- en distributieondernemingen vertegenwoordigen;

4º twee leden die de verenigingen voor de verdediging van de consumenten vertegenwoordigen;

5º een lid dat het Fair Trade Centre vertegenwoordigt, dat afhangt van de Belgische Technische Coöperatie;

6º een vertegenwoordiger van de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft;

7º een vertegenwoordiger van de minister die de Ontwikkelingssamenwerking onder zijn bevoegdheden heeft;

8º een vertegenwoordiger van de minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheden heeft;

9º een vertegenwoordiger van de minister die de Sociale Economie onder zijn bevoegdheden heeft;

10º een lid dat is gekozen onder de vertegenwoordigers die zitting hebben in de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling.

De leden van de Commissie worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vier jaar. De Commissie telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden.

Op voordracht van de minister benoemt de Koning de voorzitter en de ondervoorzitter van de Commissie. De voorzitter wordt om beurten uit de Nederlandstalige en Franstalige leden gekozen.

Het secretariaat wordt waargenomen door de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.

De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op. Het wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de minister.

Hoofdstuk V

Erkenningsprocedure inzake organisaties voor eerlijke handel

Art. 6

De natuurlijke of rechtspersonen die de krachtens hoofdstuk III van deze wet vastgestelde criteria in acht nemen, worden door de minister na overeenkomstig advies van de Commissie als organisatie voor eerlijke handel erkend.

De aanvraag tot het verkrijgen of verlengen van de erkenning als organisatie voor eerlijke handel wordt gericht aan de minister. De aanvraag tot erkenning omvat de bij koninklijk besluit op advies van de Commissie bepaalde elementen. De Commissie wordt voor elke wijziging van dat besluit om advies gevraagd.

De erkenning als organisatie voor eerlijke handel wordt uitgereikt voor drie jaar.

De minister erkent de in een derde Staat als organisatie voor eerlijke handel erkende organisaties, als die erkenning berust op de inachtneming van criteria van dezelfde aard en als die gelijksoortige waarborgen biedt.

Hoofdstuk VI

Controle van de toepassing van de conformiteitscriteria

Art. 7

Als de minister de erkenning verleent of verlengt, legt hij de organisatie voor eerlijke handel een controleprogramma op waarvan hij de inhoud na advies van de Commissie bepaalt. Voor de controle van de toepassing van de conformiteitscriteria erkent de Koning de geaccrediteerde instellingen op grond van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling.

Op advies van de Commissie erkent de minister de geaccrediteerde instellingen met het oog op de erkenning en de controle van de erkenning van de organisaties voor eerlijke handel in de lidstaten van de Europese Unie, alsook in derde landen.

Hoofdstuk VII

Voorlichting van de consument

Art. 8

De minister ziet toe op de voorlichting van de bevolking en in het bijzonder van de consumenten, wat de rol en de aard van de erkenning en de rol van de consumenten inzake aankoop betreft, bij de promotie van een billijke handel.

Hoofdstuk VIII

Slotbepalingen

Art. 9

Met geldboete van zesentwintig tot vijfduizend euro wordt gestraft hij die zonder houder van een erkenning te zijn de benaming « eerlijke handel » of enige andere door de Koning vóór het gelaakte feit bepaalde gelijksoortige benaming gebruikt.

Art. 10

Behalve de toepassing van de artikelen 95 en volgende van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, worden bij vaststelling van een overtreding van deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten de onder de betwiste benaming verkochte goederen in beslag genomen.

Art. 11

Onverminderd de plichten van de officieren van gerechtelijke politie zijn de daartoe door de Koning belaste ambtenaren bevoegd om de bij artikel 9 van deze wet bedoelde overtredingen op te sporen en vast te stellen door middel van processen-verbaal die bewijskracht hebben tot bewijs van het tegendeel.

Art. 12

De Koning oefent de Hem bij de bepalingen van deze wet opgedragen bevoegdheden uit op voorstel van de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheden heeft.

De uitgaven met betrekking tot het beheer en de bevordering van de bij deze wet ingestelde erkenningsregeling zijn ten laste van de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.

4 april 2006.

Christian BROTCORNE.
Sabine de BETHUNE.

--------------------------------------------------------------------------------

(1) Zie United Nations Conference on Environment and Development (UNCTAD), Rapport sur le commerce et le développement, 2005, UNCTAD/TDR/2005.

(2) European Fair Trade Association, Fair Trade in Europe 2001, beschikbaar op www.eftafairtrade.org.

(3) Cosumenten streven bij het besteden van hun inkomen een zo groot mogelijk nut na, terwijl de ondernemers zoveel mogelijk winst willen halen uit wat ze doen.

(4) Zie Solagral, Le prix équitable. Définitions et méthodes d'évaluation, een onderzoek in het kader van het Projet commerce équitable. État des lieux — critères — évalutation — prix, oktober 2002, 69 blz.

(5) Zie over dat onderscheid, John Rawls, Théorie de la Justice, Parijs, Éditions du Seuil, 1997, blz. 313.

(6) Zie in dat opzicht, Een eerlijke handel tussen Markt en Solidariteit, Eindverslag in het kader van het Plan voor wetenschappelijke ondersteuning van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling (Sustainable consumption and production paterns), Service Changement social et développement — ULG (dir. Marc Poncelet), Centre d'Économie Sociale — ULG (dir. Jacques Defourny), Marketing Department, Management School Universiteit Antwerpen (dir. Patrick De Pelsmaker), januari 2005, blz. 13 en volgende.

--------------------------------------------------------------------------------



Terug naar het overzicht