Wetsvoorstel
20-07-2005

Sabine de Bethune - Mia De Schamphelaere - Erika Thijs - Hugo Vandenberghe - Etienne Schouppe - Marc Van Peel - Wouter Beke

Wetsvoorstel tot aanvulling van het Strafwetboek met bepalingen betreffende de commercialisering van en de bemiddeling inzake draagmoederschap (3-1319)

Ingediend door mevrouw Mia De Schamphelaere c.s.
 


TOELICHTING

--------------------------------------------------------------------------------

De recente actualiteit heeft aangetoond dat misbruiken omtrent draagmoederschap mogelijk zijn en dat daar dringend tegen moet worden opgetreden.

De indieners van dit wetsvoorstel hebben begrip voor koppels die naar een kind verlangen. De kinderwens maakt een relatie immers bijzonder. Wanneer het koppels niet lukt om op natuurlijke wijze kinderen op de wereld te zetten, begrijpen de indieners heel goed dat mensen op zoek gaan naar alternatieven. De medisch begeleide voortplanting is de koepelnaam voor al die technieken van begeleide voortplanting die in onze samenleving stilaan ingeburgerd geraken als oplossing voor fertiliteitsproblemen.

Bij onvruchtbaarheid nemen sommige koppels of individuen ook hun toevlucht tot draagmoederschap om toch een genetisch verwant kind te verwekken. Draagmoederschap is de situatie waarbij een vrouw (de draagmoeder) zwanger wordt en haar kind baart ten behoeve van iemand anders (de wensouders).

In België komt draagmoederschap waarschijnlijk zelden voor en het wordt slechts uitgevoerd in een tweetal centra op strikt medische indicaties. Het juiste cijfer is niet bekend, omdat een bepaalde vorm van draagmoederschap, namelijk de zelfinseminatie, volledig buiten de medische context blijft. Daarnaast zullen sommige koppels ook wel hun toevlucht nemen tot een draagmoeder die anoniem bevalt in Frankrijk.

In sommige landen waar een wettelijke regeling betreffende draagmoederschap bestaat, leidt dit soms tot een ware commercialisering van de overdracht. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld is de zwangerschap voor derden sterk gereguleerd, op commerciële basis, waarbij marktgerichte bedrijven als bemiddelaars optreden tussen wensouders en draagmoeder. Uitspraken van rechtbanken in California en Massachusetts en nakende wetgeving in Utah vertonen een trend om gestational acts juridisch te erkennen en de namen van de wensouders op het geboortecertificaat van het kind in te schrijven.

In plaats van een beroep te doen op vertrouwen, tussen bekenden of onbekenden, is er in de Verenigde Staten een tendens naar een contractualisering van de verhoudingen tussen de partijen, die gepaard gaat met de erkenning van het commerciële karakter van de overdracht. Dat leidt werkelijk tot een verzakelijking van de houding van mensen tegenover het menselijk lichaam, voortplanting en zwangerschap. In die opvatting worden bij draagmoederschap immers « voortplantingsdiensten » vastgelegd in overeenkomsten met een handelskarakter, er worden compensatievergoedingen uitbetaald — en daar bovenop soms ook nog lonen —, commerciële instellingen bemiddelen tussen de draagmoeder en de wensouders en ten slotte wisselt een « product » — het kind — van ouders.

Tegen een dergelijke evolutie verzetten de indieners van dit wetsvoorstel zich. Zij stellen de belangen van het kind centraal en gaan in tegen de « instrumentalisering » van het moederlichaam. Dit wetsvoorstel wil een verbod instellen op elke vorm van handel, commercialisering en bemiddeling rond het draagmoederschap. Kinderen zijn geen koopwaar en daarom is de handel en bemiddeling vóór de geboorte uit den boze. Dat principe moet in de strafwet worden vastgelegd, naar analogie van de Nederlandse (artikel 151 b, lid 1 en 2, en 151 c van het Wetboek van Strafrecht) en de Franse wetgeving (artikel 227-12 van de Code pénal).

Het Strafwetboek zal dan het commerciële draagmoederschap verbieden en bestraffen. Het gaat meer bepaald om elke vorm van bemiddeling bij draagmoederschap, ook als ze niet commercieel is, het in het openbaar bemiddeling aanbieden en het openbaar maken dat een vrouw zich aanbiedt als draagmoeder of dat een draagmoeder gezocht wordt.

De indieners willen niet raken aan de regels van het familierecht, het afstammingsrecht of het adoptierecht. Op familiaalrechtelijk vlak blijft de regel behouden dat de moeder die bevalt, de juridische moeder van het kind is. Het kind heeft recht op de zekerheid van dat familiaalrechtelijke anker. De praktijk waarbij er vóór de geboorte contracten worden aangegaan over de afstand van het kind, wordt niet aanvaard. Die prenatale adoptieverklaringen kunnen niet juridisch afgedwongen worden. Het menselijk lichaam, alsook de afstamming en het ouderlijk gezag zijn in principe niet in de handel (artikel 1128 van het Burgerlijk Wetboek). Dat betekent dat de rechten met betrekking tot het menselijk lichaam (persoonlijkheidsrechten) en de rechten en de plichten van de ouders (familiale rechten) in principe niet als vermogensrechten (bijvoorbeeld in de vorm van contracten) mogen worden behandeld.

Uit respect voor de moeder, kan niemand haar dwingen voorafgaandelijk juridisch afstand te doen van haar boreling, met andere woorden er is geen voorafgaand recht op afstand. De zwangerschapsovereenkomst is een contract sui generis waarvan het voorwerp — de afstand van het kind — niet kan worden afgedwongen. Een draagmoeder dwingen haar kind af te staan, is een inhumane handeling. Het is een fundamenteel recht van iedere vrouw om het kind dat zij ter wereld brengt, te houden.

De indieners houden vast aan het huidige Belgische afstammingsrecht waarin niet de wensmoeder, maar de draagmoeder de juridische moeder van het kind is. Draagmoederschapsovereenkomsten kunnen niet in rechte worden afgedwongen : het recht van de moeder om haar moederschap ten aanzien van het kind te doen vaststellen moet als onvervreemdbaar worden beschouwd. Er kan bij overeenkomst niet worden afgeweken van de dwingende bepalingen van artikel 312, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, die de openbare orde raken. Een gevolg van de nietigheid van een draagmoederschapsovereenkomst is ook dat wanneer een van de contracterende partijen haar verbintenis weigert na te komen, de andere partij de naleving van de overeenkomst niet kan afdwingen voor de rechter. De indieners willen zich dus afzetten tegen de afdwingbaarheid van overeenkomsten over de afstand van een kind die worden gesloten vóór de geboorte van dat kind.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 2

De strafbepalingen inzake draagmoederschap worden ingevoegd in het herstelde hoofdstuk II van boek II, titel VII, van het Strafwetboek.

Artikel 3

Dit artikel betreft de strafbaarstelling van de commercialisering van draagmoederschap.

Artikel 4

Dit artikel bestraft de vrouw die zich openbaar aanbiedt als draagmoeder en die voor het draagmoederschap betaling ontvangt.

Artikel 5

Dit artikel stelt de bemiddeling inzake draagmoederschap strafbaar. De straffen zijn zwaarder als het bij herhaling of met winstoogmerk gebeurt. Voor de strafmaat hebben de indieners zich laten inspireren door de strafmaat bij mensenhandel (wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen) : het gaat hier immers om het verhandelen van ongeboren kinderen.

Artikel 6

Dit artikel bestraft het aanzetten van een moeder om haar toekomstige kind af te staan, ongeacht of dat nu met winstoogmerk geschiedt, door middel van giften, beloftes, bedreigingen of misbruik van gezag.

Mia De SCHAMPHELAERE
Wouter BEKE
Hugo VANDENBERGHE
Etienne SCHOUPPE
Marc VAN PEEL
Erika THIJS
Sabine de BETHUNE.

--------------------------------------------------------------------------------

WETSVOORSTEL

--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Het opschrift van boek II, titel VII, hoofdstuk II, van het Strafwetboek, opgeheven bij de wet van 28 november 2000, wordt hersteld in de volgende lezing :

« Hoofdstuk II. Draagmoederschap ».

Art. 3

Artikel 354 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 28 november 2000, wordt hersteld in de volgende lezing :

« Art. 354. — Het is verboden, teneinde de ouderschapsrechten over een kind te verkrijgen, een persoon te betalen om als draagmoeder op te treden, een dergelijke betaling voor te stellen of op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame voor een dergelijke betaling te maken of te doen maken, uit te geven, te verdelen of te verspreiden.

Niet naleving van deze bepaling wordt gestraft met een gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met een geldboete van 200 euro tot 2 000 euro. »

Art. 4

Artikel 355 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 28 november 2000, wordt hersteld in de volgende lezing :

« Art. 355. — Het is verboden zich openbaar als draagmoeder bekend te maken of zich aan te bieden als draagmoeder en voor dat draagmoederschap een betaling te ontvangen.

Niet naleving van deze bepaling wordt gestraft met een gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met een geldboete van 200 euro tot 2 000 euro. »

Art. 5

Artikel 356 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 28 november 2000, wordt hersteld in de volgende lezing :

« Art. 356. — Het is verboden als tussenpersoon op te treden met het oog op het sluiten van een overeenkomst die de zwangerschap ten behoeve van anderen tot rechtstreeks of onrechtstreeks doel of gevolg heeft.

Het optreden als bemiddelaar tussen een wensouders of wensouders en een draagmoeder die bereid is haar toekomstig kind af te staan, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van 500 euro tot 25 000 euro.

Indien de feiten geregeld of met winstoogmerk gepleegd zijn, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar. »

Art. 6

Artikel 357 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 28 november 2000, wordt hersteld in de volgende lezing :

« Art. 357. — Ieder die, hetzij met winstoogmerk, hetzij door middel van giften, beloften, bedreiging of gezagsmisbruik een vrouw ertoe aanzet haar toekomstige kind af te staan, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van 500 euro tot 25 000 euro. »

4 juli 2005.

Mia De SCHAMPHELAERE
Wouter BEKE
Hugo VANDENBERGHE
Etienne SCHOUPPE
Marc VAN PEEL
Erika THIJS
Sabine de BETHUNE.



Terug naar het overzicht