Wetsvoorstel
12-07-2005

Sabine de Bethune

49e sessie van de Commissie van de Verenigde Naties voor de Status van de Vrouw (Peking +10) 3-996/1

49e sessie van de Commissie van de Verenigde Naties voor de Status van de Vrouw (Peking +10) : Review and appraisal of the Beijing Declaration and Platform for Action and the Outcome document of the twenty-third Special Session of the General Assembly, New York, 28 februari-11 maart 2005

VERSLAG NAMENS HET ADVIESCOMITÉ VOOR GELIJKE KANSEN VOOR VROUWEN EN MANNEN UITGEBRACHT DOOR DE DAMES DE BETHUNE EN ZRIHEN
 


De volledige versie is te vinden op de website van de Senaat, www.senaat.be, zoeken op nummer: 3-996/1

SOMMAIRE

I. Inleiding

II. Context

1. De VN-wereldconferenties over vrouwen

2. Het CEDAW-Verdrag

3. De Wereldvrouwenmars

III. Voorbereiding door België van de 49e zitting van de VN-Commissie voor de Status van de vrouw

1. De Belgische regering

1.1. Op federaal niveau

1.1.1. Antwoord op de vragenlijst van de VN

1.1.2. Oprichting van een comité « Peking +10 » bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen

1.2. In het kader van de Verenigde Naties en de Europese Unie

1.2.1. Vergadering van de economische commissie van de Verenigde Naties voor Europa (UNECE) te Geneve, 14 en 15 december 2004

1.2.2. Conferentie (2 en 3 februari 2005) en interministeriële vergadering (4 februari 2005), georganiseerd door het Luxemburgse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie

2. De Senaat

2.1. Toezicht op de toepassing van de wet van 6 maart 1996 strekkende tot controle op de toepassing van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie die van 4 tot 14 september 1995 in Peking heeft plaatsgehad

2.2. Voorbereiding van de 49e zitting van de VN-commissie voor de Status van de vrouw

2.2.1. Vergadering van 2 februari 2005

2.2.2. Vergadering van 16 februari 2005

2.2.3. Vergadering van 23 februari 2005

IV. De 49e zitting van de VN-commissie voor de Status van de vrouw, New York, 28 februari-11 maart 2005 (« Peking +10 »)

1. Deelnemers

1.1. Algemene beschouwingen

1.2. Belgische delegatie

2. Officiële activiteiten van de 49e zitting

2.1. Plenaire vergadering

2.1.1. Openingstoespraak

2.1.2. Bijdrage van de Staten

2.1.3. Toespraak namens de Europese Unie

2.1.4. Toespraak namens België

2.2. Panels

2.3. Slotverklaring en resoluties

V. Niet exhaustief overzicht van activiteiten in de marge van de 49e zitting

1. Vergadering van de Interparlementaire Unie

2. Forums, panels en activiteiten van de NGO's

3. Viering van de internationale Vrouwendag

VI. Besluiten en aanbevelingen

VI. Stemmingen

Bijlagen

I. INLEIDING

Dit verslag biedt een overzicht van de werkzaamheden van het adviescomité voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen tijdens de zittingsperiode 2004-2005 wat betreft de voorbereiding van, de deelname aan en de follow-up van de 49e zitting van de commissie van de Verenigde Naties voor de Status van de Vrouw.

Deze 49e zitting, die van 28 februari tot 11 maart 2005 heeft plaatsgevonden in de zetel van de Verenigde Naties te New York, was gewijd aan de evaluatie van de Verklaring en het Actieprogramma van Peking (1995) en van het einddocument van de 23e buitengewone zitting van de algemene Vergadering (2000). Om die reden wordt zij meestal « Peking +10 » genaamd.

Het adviescomité heeft aan de voorbereiding van de conferentie de vergaderingen gewijd van 23 november 2004 (gedachtewisseling met de minister van Gelijke Kansen), 19 januari, 2 februari (ontmoeting met de vrouwenraden), 16 februari (gedachtewisseling met de minister van Gelijke Kansen), en 23 februari 2005 (gedachtewisseling met de directrices van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en bespreking van de tekst met het Belgische standpunt).

Een afvaardiging van acht senatoren is vervolgens naar New York gereisd om er de werkzaamheden van de eerste week bij te wonen (28 februari tot 3 maart).

Het adviescomité is opnieuw bijeengekomen op 23 maart, 27 april, 17 en 31 mei, 7, 15 en 29 juni en 6 juli 2005 om het onderhavige verslag te bespreken en aanbevelingen te formuleren. Die zijn aangenomen op 12 juli.

II. CONTEXT

1. De VN-wereldconferenties over vrouwen

De zitting van de Verenigde Naties « Peking +10 » is de voortzetting van verschillende wereldvrouwenconferenties : Mexico in 1975, Kopenhagen in 1980, Nairobi in 1985 en Peking in 1995.

De conferentie van Peking, die plaatsvond van 4 tot 14 september 1995, was de grootste internationale ontmoeting van vrouwen ooit en een fundamentele stap in het institutionaliseren van een vrouwenbeleid door regeringen en de Verenigde Naties.

De conferentie van Peking was toegespitst op de thema's gelijkheid, vrede en ontwikkeling, bekeken vanuit een genderspecifieke invalshoek. Ter afsluiting werden een Verklaring en een Actieprogramma goedgekeurd, waarin twaalf punten opgesomd worden die de voorrang moeten genieten :

1. de aanhoudende armoede waarvan steeds meer de vrouwen het slachtoffer worden;

2. de opleiding en vorming van vrouwen;

3. vrouwen en gezondheid;

4. geweld tegen vrouwen;

5. vrouwen en gewapende conflicten;

6. vrouwen en de economie;

7. vrouwen en de besluitvorming;

8. de institutionele mechanismen ter bevordering van de positie van de vrouw;

9. de grondrechten van de vrouw;

10. vrouwen en de media;

11. vrouwen en het milieu;

12. het jonge meisje.

Het Actieprogramma bepaalt welke doelstellingen gerealiseerd moeten worden en vraagt de regeringen, de internationale gemeenschap, de niet-gouvernementele organisaties en de privé-sector om concrete maatregelen uit te voeren in de opgesomde domeinen, teneinde alle vormen van vrouwendiscriminatie af te schaffen. De uitvoering van deze resoluties vereist veranderingen in de waarden, de handelwijzen en de prioriteiten op alle niveaus.

De conferentie van Peking, waarnaar de pas vernieuwde Senaat een afvaardiging van drie senatoren stuurde, heeft onmiddellijke gevolgen gehad in de Belgische institutionele en rechtsorde.

Op 12 oktober werd een wetsvoorstel ingediend om de regering te verplichten een jaarverslag voor te stellen aan het Parlement over de manier waarop zij de resoluties van de Wereldconferentie van Peking ten uitvoer brengt. Dat voorstel werd de wet van 6 maart 1996 strekkende tot controle op de toepassing van de resoluties van de Wereldvrouwenconferentie die van 4 tot 14 september 1995 in Peking heeft plaatsgehad (1) .

Daarnaast dienden de senatoren uit alle partijen op 6 oktober 1995 een voorstel tot wijziging van het reglement van de Senaat in teneinde een parlementair adviescomité voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen op te richten.

Het voorstel werd op 23 november 1995 aangenomen en op 18 januari was het Adviescomité een feit.

Sindsdien ziet het Adviescomité toe op de follow-up en de bespreking van de wetgevende initiatieven en het beleid van de regering in het licht van de gelijke kansen. Het brengt adviezen uit en publiceert verslagen zodat met deze kwestie meer rekening wordt gehouden in de wetten en regeringsbesluiten.

Vijf jaar na de conferentie van Peking organiseerde de algemene Vergadering van de Verenigde Naties een buitengewone zitting om de vooruitgang en de belemmeringen bij de uitvoering van het Actieprogramma te evalueren en indien nodig nieuwe aanbevelingen te formuleren om de uitvoering ervan te versnellen.

Deze buitengewone zitting, die plaatsvond van 5 tot 9 juni 2000, is niet zonder moeilijkheden uitgemond in een nieuwe politieke Verklaring die in grote lijnen de verbintenissen van het actieprogramma van Peking herbevestigt. De lidstaten zijn ook overeengekomen « to regularly assess further implementation of the Beijing Platform for Action with a view to bringing together all parties involved in 2005 to assess progress and consider new initiatives, as appropriate, 10 years after the adoption of the Beijing Platform for Action » (2) .

Ter uitvoering daarvan heeft de commissie van de Verenigde Naties voor de status van de vrouw haar 49e zitting gewijd aan « a review of the implementation of the Beijing Platform for Action and the Outcome Documents of the twenty-third special session of the General Assembly (2000) ».

2. Het CEDAW-Verdrag

Op 18 december 1979 heeft de algemene Vergadering van de Verenigde Naties het Verdrag aangaande de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) aangenomen. Dit essentiële handvest voor de rechten van de vrouw definieert het begrip vrouwendiscriminatie en voorziet in een actieprogramma om er een einde aan te maken.

Het CEDAW-Verdrag werd in 1999 aangevuld met een facultatief protocol dat twee procedures instelt voor het indienen van klachten wegens schending van het Verdrag.

Op 1 juni 2004 was het CEDAW-Verdrag bekrachtigd door 160 lidstaten en het facultatief protocol door 60 daarvan.

3. De Wereldvrouwenmars

Tijdens de vierde wereldvrouwenconferentie in Peking heeft men voorgesteld een « Wereldvrouwenmars » te organiseren. Aanvankelijk was het de bedoeling om vrouwen een gelegenheid te bieden om elkaar te ontmoeten, te spreken en om een leidraad te vinden voor gemeenschappelijke acties.

Een van de voornaamste doelstellingen van de mars is : « Renforcer et maintenir un vaste mouvement de solidarité des groupes de femmes de la base de façon ŕ ce que la Marche constitue un geste d'affirmation des femmes du monde ».

De beweging verdedigt waarden als solidariteit, diversiteit, vrouwelijk leiderschap, de kracht van allianties tussen vrouwen en tussen sociale bewegingen.

De Wereldvrouwenmars is snel uitgegroeid tot een wereldwijd netwerk van actievoerende vrouwen, die zich inspannen om armoede van en geweldpleging tegen vrouwen te bestrijden. De beweging telt nu meer dan 5 500 deelnemende groepen uit 163 landen.

III. VOORBEREIDING DOOR BELGIË VAN DE 49E ZITTING VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE STATUS VAN DE VROUW

1. De Belgische regering

1.1. Op federaal niveau

1.1.1. Antwoord op de vragenlijst van de Verenigde Naties

Ter voorbereiding van de 49e zitting van de VN-Commissie voor de status van de vrouw, heeft de « Division for the Advancement of Women » (DAW) die er het secretariaat van waarneemt, alle lidstaten een vragenlijst toegestuurd in verband met de toepassing van het actieprogramma van Peking (1995) en de teksten die het resultaat waren van de 23e buitengewone zitting van de algemene Vergadering (2000). De informatie die via deze vragenlijst wordt vergaard, diende te worden gebruikt voor onderzoek en evaluatie op regionaal en nationaal niveau. De Staten werden verzocht hun antwoorden door te geven ten laatste voor 30 april 2004.

De antwoorden van België op deze vragenlijst — net als die van de andere landen — kunnen worden geraadpleegd op de website van de Verenigde Naties : http://www.un.org/french/events/beijing10/responses.htm. (opmerking : niet beschikbaar in het Nederlands).

De vragenlijsten en de antwoorden bestaan uit vier delen :

1. een overzicht van de verwezenlijkingen en de uitdagingen op het vlak van de gelijkheid van kansen;

2. de genomen maatregelen en de vooruitgang die geboekt is op de vier kritieke domeinen die zijn vastgelegd in het Actieprogramma van Peking en de andere maatregelen die tijdens de 23e buitengewone zitting van de algemene Vergadering zijn genoteerd;

3. de institutionele mechanismen die beschikbaar zijn voor het bevorderen van de gelijkheid van kansen;

4. de uitdagingen waarmee men geconfronteerd wordt en de maatregelen terzake die moeten worden genomen.

Aangezien het gelijkekansenbeleid een transversale bevoegdheid is, valt zij in het federale België onder verschillende gezagsniveaus. De antwoorden op de vragenlijst zijn dus opgesteld in samenwerking met de gemeenschappen en de gewesten.

Verdere informatie staat in het 3e en 4e verslag van België betreffende de uitvoering van het verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (2002).

1.1.2. Oprichting van een Comité « Peking +10 » bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen werd ingesteld bij artikel 5 van de wet van 16 december 2002. Het is belast met de voorbereiding en de uitvoering van de regeringsbeslissingen onder het gezag van de minister.

De heer Christian Dupont, minister van Gelijke Kansen, heeft het Instituut belast met het secretariaat en de coördinatie van een werkgroep die « Peking +10 » moet heten. De samenstelling, het statuut en de activiteiten van het comité vindt u in de bijlagen.

Het comité heeft verschillende keren vergaderd en heeft meegewerkt aan het opstellen van de toespraak van de Belgische vertegenwoo



Terug naar het overzicht