Wetsvoorstel
16-02-2005

Sabine de Bethune

Voorstel van resolutie betreffende een verregaande schuldkwijtschelding voor de door de zeebeving getroffen landen in Zuidoost-AziŽ (3-1034)

Ingediend door mevrouw Fauzaya Talhaoui en de heer Lionel Vandenberghe
 


--------------------------------------------------------------------------------

TOELICHTING

--------------------------------------------------------------------------------

Een catastrofe zonder voorgaande heeft de landen rond de Indische Oceaan getroffen en onnoemelijk leed veroorzaakt. De ganse Belgische bevolking leeft mee met de slachtoffers en hun families.

Verschillende regeringen en internationale instellingen zoals de Verenigde Naties, de Wereldbank en het IMF hebben prompt gereageerd. Tijdens de tsunamiconferentie in Jakarta werd voor miljarden dollar steun toegezegd. Volgens de Verenigde Naties is er ongeveer 1 miljard dollar nodig om de noden gedurende de eerste zes maanden te lenigen.

Politieke druk blijft echter nodig om te waarborgen dat die beloftes ook echt en snel genoeg worden waargemaakt. Het is verre van duidelijk of de toegezegde steun giften of leningen betreft. Leningen zouden de bestaande schuldenlast van de getroffen landen alleen maar verhogen en op lange termijn voor bijkomende problemen zorgen. Alle toezeggingen en kwijtscheldingen van gelden moeten dan ook de noodzakelijke andere inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking aanvullen en niet vervangen.

De schuldenberg van de betrokken landen bedraagt volgens de Wereldbank zo'n 375 miljard dollar. Sri Lanka, IndonesiŽ en Thailand betaalden vorig jaar alleen al 20 miljard dollar aan schuldaflossing. Gezien de omvang van de ramp moeten de rijke landen en grote instellingen, met onmiddellijke ingang, een moratorium afkondigen. En dat mag slechts een eerste stap zijn.

De Indonesische schuldenberg alleen al bedraagt 132 miljard dollar. De afbetaling ervan, in samenspel met het door het IMF en de Wereldbank opgelegde economisch beleid van privatisering en liberalisering, verstikt al jaren de mogelijkheden om meer geld te besteden aan programma's in de sociale sector, het onderwijs en de gezondheidszorg. In 2004 betaalde IndonesiŽ 6,8 miljard dollar aan intresten en openstaande schuld. Voor 2005 berekenden we dat het 7,1 miljard dollar zou moeten terugbetalen. Dat is evenveel als het bedrag dat de ganse internationale gemeenschap op 6 januari als hulp aan de getroffen gemeenschap toezegde ...

Een moratorium is simpelweg een uitstel van betaling. De lasten worden verschoven naar de volgende generatie en de schuldenspiraal wordt op geen enkele wijze doorbroken. Wij pleiten dan ook voor een verregaande kwijtschelding van de schuldenlast van de meest getroffen landen. Ook verscheidene nationale en internationale organisaties zijn dat idee genegen.

Ook zonder deze ramp was er reden genoeg om de schuld kwijt te schelden. Een groot deel van de leningen is nooit aan de bevolking ten goede gekomen. Het IMF, de Wereldbank en andere donoren wisten ook zeer goed dat hun leningen aan IndonesiŽ voor minstens 30 % in de zakken van dictator Soeharto en zijn getrouwen verdwenen. Maar om geopolitieke redenen kneep men een oogje dicht.

Sinds de financiŽle crisis in 1997 wordt het economische beleid van IndonesiŽ gedicteerd door het IMF en de Wereldbank. Het land werd verplicht een aantal maatregelen te nemen die algauw allesbehalve adequaat bleken te zijn. Meer zelfs, ze waren er mee verantwoordelijk voor dat nog meer mensen onder de armoedegrens terechtkwamen. IndonesiŽ zat ondertussen wel met een pak extra terug te betalen leningen opgezadeld ... maar met het mes op de keel heb je niet veel keuze.

De indieners vragen in deze resolutie dan ook een verregaande schuldkwijtschelding voor de getroffen landen. Zonder die radicale maatregelen halen de meest getroffen landen uit de regio de millenniumdoelstellingen niet. Er moeten garanties en mechanismen worden ingebouwd die ervoor zorgen dat de vrijgekomen middelen daadwerkelijk ten goede komen aan de armere lagen van de bevolking en in de eerste plaats geÔnvesteerd worden in onderwijs, gezondheidszorg en andere sociale programma's. Als men vorig jaar een groot deel van de Irakese schulden kon kwijtschelden, waarom zou dat dan nu niet kunnen ? Of bestaan er ook na een tsunami nog steeds twee maten en twee gewichten ?

In het algemeen is de kwijtschelding van schulden van alle derdewereldlanden voor de indieners een ethische evidentie. Wij geloven in het model van samenwerkingsontwikkeling om het tij te helpen keren. Dat model van internationale solidariteit is gebaseerd op evenwaardigheid en op partnerschappen met de lokale civiele maatschappijen in de landen waarmee samenwerkingsverbanden worden opgestart. De norm die bepaalt dat 0,7 % van het BNP naar samenwerkingsontwikkeling moet gaan is voor ons een absolute minimumnorm, geen nobel streefdoel dat we over tien of twintig jaar wel eens hopen te bereiken. Vandaar is de kwijtschelding van schulden voor ons vanzelfsprekend, niet enkel nu in de door de zeebeving getroffen landen, maar op termijn in alle derdewereldlanden.

Fauzaya TALHAOUI.
Lionel VANDENBERGHE.

--------------------------------------------------------------------------------

VOORSTEL VAN RESOLUTIE

--------------------------------------------------------------------------------

De Senaat,

a) gelet op de catastrofe zonder voorgaande die de landen rond de Indische Oceaan heeft getroffen en onnoemelijk leed heeft veroorzaakt;

b) overwegende dat op de tsunamiconferentie in Jakarta voor miljarden dollar steun is toegezegd;

c) overwegende dat de getroffen landen een enorme schuldenlast torsen;

d) overwegende dat er ook voordien reeds redenen genoeg waren om die schuld kwijt te schelden;

e) overwegende dat het grootste deel van de aangegane leningen nooit aan de bevolking ten goede is gekomen,

verzoekt de regering :

1. alle bilaterale en multilaterale schuldeisers van de getroffen landen aan te sporen met onmiddellijke ingang een moratorium op de schuldafbetalingen af te kondigen, zonder dat bijkomende renten aangerekend worden voor betalingen die door het moratorium worden uitgesteld;

2. de bilaterale schulden van de zwaarst getroffen landen ten opzichte van BelgiŽ kwijt te schelden;

3. een vergaande schuldkwijtschelding voor IndonesiŽ en andere getroffen landen actief te verdedigen, zowel in Europese en internationale fora, inzonderheid in de Club van Parijs waar zij deel van uit maken, als bij de bevoegde multilaterale instellingen zoals het IMF, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB);

4. in het kader van de Verenigde Naties aan te dringen op de organisatie van een internationale conferentie over de schuldenlast van de betrokken landen. Op die conferentie kan worden uitgemaakt wat onmiddellijk en op langere termijn de financiŽle noden van de getroffen landen zijn en welke extra kosten de wederopbouw na de ramp voor de landen meebrengt. De schuldenlast moet teruggebracht worden tot op een niveau dat werkelijk betaalbaar is voor de getroffen landen en hen toch nog in staat stelt de millenniumdoelstellingen te halen en ontwikkeling voor heel hun bevolking te garanderen. Schulden die op basis van onafhankelijk onderzoek illegitiem blijken, moeten volledig worden kwijtgescholden;

5. ervoor te pleiten dat de schuldkwijtschelding niet gekoppeld wordt aan de gangbare economische voorwaarden van het IMF, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank, aangezien die de betrokken landen dwingen in de richting van privatisering en liberalisering die hun problemen niet oplossen, maar vergroten;

6. er samen met andere donoren voor te zorgen dat de huidige hulpinspanning naar aanleiding van de tsunami geen nieuwe schuldenval wordt voor de betrokken landen, door erover te waken dat de hulp, zeker voor de armste landen uit de groep, enkel in de vorm van giften wordt verleend, aangezien leningen het probleem op langere termijn alleen maar vergroten;

7. mee te waken over de transparantie en de ę accountability Ľ van de hulpkanalen en de betrokken overheden in de getroffen landen;

8. de bevolking en de civiele maatschappij te betrekken bij de controle op het gebruik van de vrijgekomen middelen.

20 januari 2005.

Fauzaya TALHAOUI.
Lionel VANDENBERGHE.
Jean CORNIL.
Sabine de BETHUNE.
Staf NIMMEGEERS.

--------------------------------------------------------------------------------



Terug naar het overzicht