Wetsvoorstel
17-01-2005

Sabine de Bethune

tot wijziging van artikel 8 van de wet van 25 mei 1999 betreffende de internationale samenwerking, met betrekking tot de aandacht voor kinderrechten (3-988)

--------------------------------------------------------------------------------

TOELICHTING

--------------------------------------------------------------------------------

Nog te vaak zijn kinderen in het Zuiden het slachtoffer van armoede en onrechtvaardigheid. Dagelijks sterven circa 30 000 kinderen aan ziekte en ontbering, meer dan 120 miljoen kinderen hebben geen toegang tot enige schoolfaciliteit, de dag van vandaag zijn er nog steeds 300 000 kindsoldaten — vaak onder dwang — actief en meerdere miljoenen kinderen zijn het slachtoffer van uitbuiting en mishandeling. Die harde cijfers tonen aan dat kinderen in het Zuiden meer aandacht moeten krijgen in de ontwikkelingssamenwerking. Zij vormen immers de toekomstige generatie; hun gebrekkige ontplooiing tot volwassenen betekent eveneens een ernstige belemmering in het ontwikkelingsproces van de samenleving.

Het Kinderrechtenverdrag van 1989 legt op de verdragsstaten een verplichting tot verregaande internationale samenwerking met inbegrip van ontwikkelingssamenwerking, teneinde de rechten van het kind te verzekeren. Tijdens de Sociale Top van Kopenhagen van de Verenigde Naties in 1996 heeft de internationale gemeenschap de belofte gedaan ten minste 20 % van de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking aan basisvoorzieningen te besteden die ook kinderen ten goede komen. In 2000 heeft de civiele maatschappij een oproep gedaan om meer aandacht te besteden aan het lot van kinderen in de wereld naar aanleiding van de handtekeningencampagne « Zeg ja voor kinderen ».

In september 2000 op de VN-millenniumtop hebben alle landen plechtig beloofd acht doelstellingen tegen 2015 te realiseren teneinde een antwoord aan de structurele armoede te bieden. Deze Millenniumdoelstellingen of « Millennium Development Goals » worden binnen het Belgische federale beleid van ontwikkelingssamenwerking niet alleen als toetssteen maar ook als leidraad gehanteerd. Hoewel zes van die doelstellingen rechtstreeks te maken hebben met kinderen en het respect voor hun rechten, is het toch opmerkelijk dat er zowel binnen het ontwikkelingsbeleid als binnen de NGO-wereld slechts een geringe aandacht bestaat voor kinderen. Nochtans hebben verschillende onderzoeken van onder andere de Wereldbank en Unicef aangetoond dat de investering van 1 euro in het welzijn van kinderen en het respect voor hun rechten de samenleving 7 euro oplevert.

Het federale beleid heeft de jongste jaren enkele schuchtere stappen gezet met als doel meer aandacht voor de kinderrechten. Zo werd in september 2000 de wet van 7 februari 1994 geamendeerd waardoor in de jaarlijkse rapportageverplichting van de federale regering aan het parlement omtrent de eerbiediging van de mensenrechten in elk land waarmee België een algemene overeenkomst inzake ontwikkelingssamenwerking heeft, voortaan ook de rechten van het kind aan bod komen. De wet van 4 september 2002 stelt ook een jaarlijkse rapportageverplichting aan het parlement in over het federaal beleid inzake kinderen en kinderrechten, inclusief op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Ook de beleidsnota 2005 van de minister van Ontwikkelingssamenwerking voorziet in meer aandacht voor kinderen en hun rechten. Maar er is evenwel nood aan verdere stappen in het beleid.

Daarom hebben Ecpat België, Plan België en Unicef België op 18 november 2004 in het Egmontpaleis een conferentie rond kinderrechten en ontwikkelingssamenwerking georganiseerd waarbij ze niet alleen die lacune in het kinderrechtenbeleid van de federale overheid aankaartten, maar ook een reeks aanbevelingen formuleerden teneinde het ontwikkelingsbeleid ter zake te optimaliseren.

Een van die aanbevelingen betreft een amendering van de wet op de Belgische internationale samenwerking van 1999. Die wet vormt het uitgangspunt van het nieuwe Belgische ontwikkelingsbeleid. Zij legt de doelstellingen en instrumenten van de samenwerking vast. Het innovatieve aan de nieuwe wet is de geografische en sectorale concentratie van de Belgische ontwikkelingssamenwerking met als doel een efficiënter en krachtdadiger beleid. Daarnaast moet de invoering van nieuwe beleidsinstrumenten (strategienota's) het beleid concretiseren en evaluatie en bijsturing mogelijk maken. Binnen de sectoren moet, volgens de wet, tevens rekening gehouden worden met een drietal sectoroverschrijdende thema's, namelijk evenwichtige rechten en kansen voor mannen en vrouwen, zorg voor het leefmilieu en sociale economie. Er is echter een lacune in heel deze wet, met name kinderen en hun rechten komen niet aan bod. Daarom beoogt dit voorstel de wet te wijzigen door kinderrechten als horizontaal thema toe te voegen. Dit zal tot gevolg hebben dat de aandacht voor kinderrechten structureel ingebed wordt.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 2

Artikel 8 van de wet op de internationale samenwerking van 1999 voerde de zogenaamde thematische concentratie in. Het betreft het op evenwichtige wijze rechten en kansen geven aan vrouwen en mannen, de sociale economie en de zorg voor het leefmilieu. Het voorliggend artikel beoogt thans in § 1 van artikel 8 van de voornoemde wet een vierde sectoroverschrijdend thema in te voegen, met name de « kinderrechten ». Dit houdt in dat het federaal ontwikkelingsbeleid ook in de toekomst rekening zal moeten houden met dit specifieke thema. Tegelijkertijd impliceert dit ook de overzending van een strategienota aan het Parlement alsook een vierjaarlijkse evaluatie ervan, welke aanleiding kan geven tot een aanpassing in functie van de gewijzigde context van de ontwikkelingssamenwerking.

Sabine de BETHUNE.
Christian BROTCORNE.
Marie-José LALOY.
Lionel VANDENBERGHE.
Isabelle DURANT.
Nathalie de T' SERCLAES.
Stefaan NOREILDE.


--------------------------------------------------------------------------------

WETSVOORSTEL

--------------------------------------------------------------------------------

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 8, § 1, van de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking wordt in limine het woord « drie » vervangen door het woord « vier » en wordt in fine een 4° toegevoegd, luidende :

« 4° respect voor de kinderrechten. »

Art. 3

Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2005.

19 november 2004.

Sabine de BETHUNE.
Christian BROTCORNE.
Marie-José LALOY.
Lionel VANDENBERGHE.
Isabelle DURANT.
Nathalie de T' SERCLAES.
Stefaan NOREILDE.



Terug naar het overzicht